Conclusie
middelkeert zich tegen de bewezenverklaring onder 1. van verzoekers deelneming aan een criminele organisatie, en valt in twee klachten uiteen. De eerste klacht luidt dat het Hof niet (afdoende) heeft gereageerd op een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt van de verdediging strekkende tot vrijspraak. De tweede klacht houdt in dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat verzoeker heeft deelgenomen aan een criminele organisatie en meer in het bijzonder niet dat het opzet van verzoeker daarop gericht is geweest.
“Deelneming
nietzonder meer worden afgeleid dat hij
daadwerkelijkeen
aandeelheeft gehad in, of heeft
ondersteund, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het binnen de organisaties bestaande oogmerk en aan die organisaties heeft “deelgenomen” in de hiervoor bedoelde betekenis.
nietaan die organisatie heeft deelgenomen.
“Door het hof gebezigde bewijsmiddelen
Ten aanzien van feit 1:
Als relaas van verbalisant [verbalisant 1] voornoemd, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (ordner 1, blz. 11 e.v.):
Een proces-verbaal van verhoor van [betrokkene 2] ,opgemaakt door [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , beiden brigadier van politie, gesloten op 6 december 2012, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (ordner 2, blz. 757 e.v.):
Een proces-verbaal van verhoor van [betrokkene 2], opgemaakt door [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , beiden brigadier van politie, gesloten op 6 december 2012, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (ordner 2, blz. 757 e.v.):