Conclusie
eerste middelkeert zich tegen de bewezenverklaring onder 1 van verzoekers deelneming aan een criminele organisatie, en valt in twee klachten uiteen. De eerste klacht luidt dat het Hof niet (afdoende) heeft gereageerd op een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt van de verdediging strekkende tot vrijspraak. De tweede klacht houdt in dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat verzoeker heeft deelgenomen aan een criminele organisatie en meer in het bijzonder niet dat het opzet van verzoeker daarop gericht is geweest.
“Voortbouwend appel
Feit 1
Het structurele karakter van die overtreding(opmerking raadsman: van de gedoogvoorwaarden)
blijkt bovendien uit de bezoekersaantallen.”
beleidvan de gemeente Utrecht, dan volgt daaruit nog niet dat sprake is van een crimineel oogmerk van de coffeeshop.
tweede middelbehelst de klacht dat de bewezenverklaring van feit 4 niet kan worden afgeleid uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen en/of ontoereikend is gemotiveerd. Volgens de steller van het middel heeft verzoeker belang bij deze klacht nu een ontslag van alle rechtsvervolging, anders dan een vrijspraak, negatief kan meewerken bij de verklaring omtrent het gedrag. [5]