ECLI:NL:PHR:2016:988
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken advocaat bij Hoge Raad
Eiser heeft op 14 juli 2015 vier dagvaardingen uitgebracht om cassatieberoep in te stellen tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam. In de dagvaarding werd echter geen advocaat bij de Hoge Raad aangewezen die eiser in de cassatieprocedure zou vertegenwoordigen, wat vereist is op grond van art. 407 lid 3 Rv Pro.
De griffie van de Hoge Raad heeft eiser per aangetekende brief op 12 augustus 2016 geïnformeerd over het verzuim en hem een termijn gegeven tot 9 september 2016 om het gebrek te herstellen door een herstelexploot uit te brengen. Eiser heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
Eiser verzocht vervolgens op 7 september 2016 om een nadere termijn, maar dit verzoek werd afgewezen. Omdat het vereiste van art. 407 lid 3 Rv Pro niet is nageleefd en het gebrek niet is hersteld, kan het cassatieberoep niet in behandeling worden genomen.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van eiser in zijn cassatieberoep, hetgeen door de Hoge Raad wordt gevolgd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een advocaat bij de Hoge Raad in de dagvaarding en het niet-herstellen van dit gebrek.