ECLI:NL:PHR:2016:990

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
11 juli 2016
Publicatiedatum
13 oktober 2016
Zaaknummer
16/03201
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 426a Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring van cassatieverzoek wegens ontbreken handtekening advocaat bij Hoge Raad

Verzoeker heeft op 22 juni 2016 een cassatieberoep ingesteld tegen arresten van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, waarin de tussentijdse beëindiging van een schuldsaneringsregeling werd bekrachtigd. Het cassatieverzoekschrift was ondertekend door een advocaat die niet bevoegd is tot optreden bij de Hoge Raad. De griffie heeft verzoeker hierop gewezen en een termijn van twee weken gegeven om het verzuim te herstellen door een bevoegde advocaat een nieuw exemplaar te laten indienen.

Verzoeker heeft dit verzuim echter niet hersteld binnen de gestelde termijn. Hierdoor is niet voldaan aan de vereisten van artikel 426a Rv, dat voorschrijft dat een cassatieverzoekschrift door een advocaat bij de Hoge Raad moet worden ondertekend. De Procureur-Generaal concludeert daarom tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.

De Hoge Raad volgt deze conclusie en verklaart het cassatieverzoek niet-ontvankelijk, waarmee het beroep van verzoeker wordt afgewezen zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.

Uitkomst: Het cassatieverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een handtekening van een advocaat bij de Hoge Raad en het niet herstellen van dit verzuim.

Conclusie

16/03201
mr. G.R.B. van Peursem
11 juli 2016
Conclusie inzake:
[verzoeker],
verzoeker tot cassatie,
(hierna: verzoeker)
advocaat mr. O.P.N.M. Tennebroek.
1. Verzoeker heeft middels een op 22 juni 2016 ter griffie van de Hoge Raad der Nederlanden ingekomen verzoekschrift beroep in cassatie ingesteld tegen de arresten van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 7 april 2016 en 16 juni 2016. In het laatstgenoemde arrest is de bij vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 3 december 2015 uitgesproken tussentijdse beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bekrachtigd.
2 Het cassatieverzoekschrift is ondertekend door mr. Tennebroek, die geen cassatieadvocaat is. De griffie van de Hoge Raad heeft mr. Tennebroek op 1 juli 2016 bericht dat het verzoekschrift niet is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad en dat dit verzuim kan worden hersteld doordat binnen twee weken na binnenkomst ter griffie van de Hoge Raad van het oorspronkelijke verzoekschrift, een advocaat bij de Hoge Raad een door hem getekend exemplaar van datzelfde verzoekschrift ter griffie indient.
3 Het verzuim is niet hersteld, zodat niet is voldaan aan het vereiste in art. 426a Rv.
4 De conclusie strekt derhalve tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G