Conclusie
Het onderdeel klaagt dat het hof op dit verweer niet is ingegaan, althans dit zonder motivering heeft verworpen. Daarmee heeft het hof miskend dat het had moeten onderzoeken of de verweten tekortkoming aan [verzoeker] toerekenbaar was. In dat kader wordt ook gewezen op verschillende persoonlijke omstandigheden van [verzoeker], blijkend uit de processen-verbaal van de door de rechter-commissaris gehouden zittingen, die – zo begrijp ik het middel – door het hof evenmin kenbaar bij zijn beoordeling zijn betrokken. Verder wordt, onder verwijzing naar een uitspraak van Hof ’s-Hertogenbosch, [4] betoogd dat het op de weg van de bewindvoerder lag om naar aanleiding van de gewijzigde omstandigheden een hoger vtlb te bepalen.
NJ 2006, 135). Mede gelet op de totstandkomingsgeschiedenis van deze bepaling en de voorganger daarvan, zoals weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.4, 2.7 en 2.9, ligt hierin besloten dat voor toepassing van de bedoelde opheffingsgronden vereist is dat de schuldenaar van zijn gedragingen een verwijt kan worden gemaakt.”
gekozende lasten van de gezamenlijke huishouding alleen op zich te nemen. Het hof gaat echter niet met zoveel woorden in op het gevoerde verweer dat van een vrije keuze in feite geen sprake was omdat de partner van [verzoeker] niet over inkomsten beschikte terwijl daarvan wel was uitgegaan bij de vaststelling van het vtvb. Door niet uitdrukkelijk op dit verweer in te gaan terwijl dit voor het oordeel over de verwijtbaarheid cruciaal is, is sprake van een onvoldoende gemotiveerde en onbegrijpelijke beslissing. Dit betekent dat het arrest niet in stand kan blijven. Het oordeel van het hof is temeer onbegrijpelijk omdat het – onvoldoende gemotiveerde – oordeel dat sprake is van een verkeerde keuze tevens meeweegt in het oordeel dat het voorstel om de boedelachterstand in te lopen niet reëel is en dat de omstandigheid dat [verzoeker] door de beëindiging van het schuldsaneringstraject zijn baan zal verliezen niet tot een ander oordeel leidt. Dit betekent dat de gehele beslissing rust op hetzelfde, onvoldoende gemotiveerde, argument.