Conclusie
3.Het eerste middel
- de verdachte het volgende heeft verklaard:
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Amsterdam veroordeeld voor medeplegen van het telen van ongeveer 848 hennepplanten in een woning te Amstelveen, waar zij samen met haar vriend woonde en de woning ter beschikking stelde. De verdachte verklaarde niet precies te weten wat er in de woning gebeurde, maar vermoedde dat het iets met drugs te maken had. Het hof oordeelde dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat in de woning hennep werd geteeld en dat zij door het blijven huren en ter beschikking stellen van de woning een significante bijdrage had geleverd, hetgeen medeplegen opleverde.
De advocaat-generaal stelde in cassatie dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat sprake was van een zodanige nauwe en bewuste samenwerking die medeplegen vereist. De Hoge Raad volgt dit standpunt en oordeelt dat het hof onvoldoende heeft onderbouwd dat de bijdrage van verdachte aan de hennepteelt meer was dan faciliterend, wat eerder medeplichtigheid zou zijn. Hierdoor is het oordeel van het hof onbegrijpelijk of ontoereikend gemotiveerd.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor een nieuwe beslissing. De overige middelen van cassatie worden niet behandeld omdat het eerste middel slaagt. De conclusie bevat ook verwijzingen naar eerdere relevante jurisprudentie over medeplegen en de bewijsvereisten.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende gemotiveerde bewezenverklaring medeplegen hennepteelt.