“1. De verklaring van de verdachte.
De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg van 7 oktober 2014 verklaard - zakelijk weergegeven -:
Op 15 juni 2012 was ik samen met mijn vader, genaamd [medeverdachte] , op de Beijerlandselaan te Rotterdam. Ik had een vuurwapen bij mij. Ik zag [slachtoffer] met iemand anders aan de overkant van de straat staan. Ik zei, zonder mijn ogen van [slachtoffer] te wenden tegen mijn vader dat ik [slachtoffer] zag lopen. Toen ik om mij heen keek om te zien waar mijn vader was, merkte ik dat mijn vader niet meer in mijn buurt liep. Zodra ik dat merkte, ging ik de hoek om, trok ik het vuurwapen en laadde dat door. Daarna stopte ik het weer terug in mijn zak.
Toen [slachtoffer] mij zag, bleef hij stilstaan. Ik deed mijn hand in mijn zak en hield het vuurwapen vast. Terwijl ik [slachtoffer] aankeek, zag ik dat mijn vader [slachtoffer] van achteren benaderde.
Op het moment dat mijn vader [slachtoffer] van achteren vastgreep en degene die bij [slachtoffer] was dat merkte, rende diegene hard weg. Op dat moment trok ik mijn vuurwapen en rende ik naar [slachtoffer] toe. Ik richtte het vuurwapen op zijn gezicht. [slachtoffer] worstelde op dat moment met mijn vader. Ik hoorde 'boem'. Op het moment dat ik 'boem'/een knal hoorde stonden mijn vader en ik bij [slachtoffer] . Ik heb niet gezien dat andere mensen in de buurt stonden. Na de knal zag ik dat [slachtoffer] met zijn gezicht naar beneden op straat viel. Ik ben toen naar [slachtoffer] toegerend.
[slachtoffer] keek me aan, ik richtte mijn vuurwapen op hem en zei dat hij moest blijven liggen. [slachtoffer] zei: "Maak me niet dood".
Ik herken mijzelf op de camerabeelden als de man die wordt aangeduid als 'dader 1' .
2. De verklaring van de verdachte.
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 25 oktober 2016 verklaard - zakelijk weergegeven -:
Ik heb mijn doorgeladen vuurwapen op het slachtoffer gericht terwijl ik op korte afstand van het slachtoffer stond. Mijn vader had het slachtoffer toen vast.
Ik heb bij het incident één enkel schot gehoord.
3. Een proces-verbaal van bevindingen van politie, Eenheid Rotterdam, TGO Beijer, nr. 2013377150, documentcode 1403100930.AMB, d.d. 10 maart 2014, met als bijlage de door een schrijftolk uitgewerkt verhoor van [verdachte] van 3 februari 2014. De bijlage houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 1415-1456):
als de op 3 februari 2014 afgelegde verklaring van verdachte:
Op 15 juli (het hof begrijpt: juni) hebben mijn vader en ik het slachtoffer ontmoet. Ik had een wapen. Mijn antwoord op uw vraag of ik andere mensen met een vuurwapen daar heb gezien is 'nee'.
4. Een proces-verbaal van de politie Rotterdam-Rijnmond d.d. 16 juni 2012 met nr. PL1710 2012377150-15. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 35-36):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaren:
Op 15 juni 2012, omstreeks 16:30 uur, reden wij, in opdracht van de meldkamer naar de tramhalte op Beijerlandselaan te Rotterdam. Aan de Beijerlandselaan ter hoogte van de tramhalte bij de Kijkshop zagen wij dat er een man op de grond lag tussen de twee tramperrons in. Wij zagen dat ondertussen het personeel van het Mobiel Medisch Team (MMT) en de motorambulance ter plaatse waren. Wij hoorden de arts van het MMT zeggen dat er op de monitor geen enkel medisch teken van leven was. Wij horen de arts van het MMT hierop verklaren dat de man overleden was.
5. Een proces-verbaal van de politie Rotterdam-Rijnmond d.d. 13 augustus 2012 met nr. PL1710 2012377150-266. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 37-38):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaren:
Op 15 juni 2012 omstreeks 16:29 uur vond er een schietincident plaats op de Beijerlandselaan ter hoogte van de Slaghekstraat te Rotterdam. Hierbij kwam een man om het leven. Ik verbalisant was als leider plaats delict aanwezig. Op 15 juni 2012 omstreeks 18:00 uur ontving ik verbalisant van een van de medewerkers van de Forensische Opsporing een Spaans identiteitsdocument afkomstig van het slachtoffer. Ik herkende in de foto van het identiteitsdocument het slachtoffer. Op het identiteitsdocument zag ik dat het slachtoffer bij leven genaamd was: [slachtoffer] , geboren [geboortedatum] 1968.
6. Een proces-verbaal van de politie Rotterdam-Rijnmond d.d. 15 juni 2012 met nr. PL1710 2012377150-9. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 22- 24):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaren:
Op 15 juni 2012, omstreeks 16:34 uur waren wij ter plaatse op de Beijerlandselaan ter hoogte van de Slaghekstraat. Wij zagen op de tramrails tussen de tramhaltes in beide richtingen een man op zijn rug liggen. Vervolgens zag ik, verbalisant [verbalisant], naast de hoge stoep van de tramhalte, op de voetgangersoversteekplaats, een huls liggen.
7. Een proces-verbaal van de politie Rotterdam-Rijnmond d.d. 18 juni 2012 met nr. PL1710 2012377150-70. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 148-164):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar (alsmede de daarbij behorende fotobijlagen):
Op vrijdag 15 juni 2012 omstreeks 16:29 uur vond er een schietincident plaats op de Beijerlandselaan ter hoogte van de Slaghekstraat te Rotterdam. Als gevolg van dit schietincident kwam er een man om het leven genaamd [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 1968. Door de politie werd een onderzoek gestart, waarbij onder andere camerabeelden werden veiliggesteld.
Op de hoek van de kruising Beijerlandselaan/Slaghekstraat te Rotterdam bevindt zich een coffeeshop genaamd [A] , welke is gevestigd op de [a-straat 1] te Rotterdam. [A] bleek te beschikken over een camera-installatie waarbij camerabeelden werden opgenomen. Alle hier verderop genoemde straten bevinden zich alle in Rotterdam.
Op de beelden zijn in het scherm zelf geen datum en/of tijdstip vermeld.
De bestandsnamen luiden:
06152012-151534 ~ 06152012-154534[1].avi
06152012-151502 ~ 06152012-154502[2].avi
Hieruit kan worden opgemaakt dat de beelden zijn gemaakt op 15 juni 2012 tussen 15:15:34 uur en 15 juni 2012 15:45:34 uur. De tijdsaanduiding van het camerasysteem staat circa één (1) uur eerder. De daadwerkelijke tijdspanne is van circa 16:15:34 tot 16:45:34 uur. De datum is wel correct. De tijdstippen verderop in dit proces-verbaal betreffen de daadwerkelijke tijdstippen.
Bevindingen bestand: 06152012-151534 ~ 06152012-154534[1].avi
Vanuit het standpunt van de camera is de gevel van coffeeshop [A] te zien, welke is gericht op de Beijerlandselaan te Rotterdam. Op bijgevoegde plattegrond is aangegeven welk gedeelte van de openbare weg er op de camerabeelden te zien is. Doormiddel van een pijl is aangegeven wat de opnamerichting is. Ter verduidelijking is ook een foto van de daadwerkelijke situatie ter plaatse bij gevoegd (foto 12).
16:31:23 - 16:31:34 uur (foto 1)
Vanaf de linkerzijde, de Beijerlandselaan komende vanuit de richting van de Groningerstraat is een persoon te zien die vanaf de Beijerlandselaan rechtsaf slaat de Slaghekstraat op. Voordat de persoon daadwerkelijk rechtsaf.slaat, staat diegene met zijn lichaam in de richting van de overkant van de Beijerlandselaan en blijft diegene een kort moment staan. Vervolgens draait de persoon zich om en loopt een aantal meter de Slaghekstraat in. Terwijl de persoon dat doet, maakt hij met zijn rechterarm bewegingen alsof hij iets in zijn rechterjaszak doet of daar iets uithaalt. Vervolgens gaat hij naast een persoon staan die daar op een paaltje zit (die later de getuige [getuige 1] blijkt te zijn) en blijft daar een seconde staan.
De persoon heeft een zwarte jas met daaronder een lichte kleur, een -vermoedelijk- blauwe spijkerbroek, zwarte pet en witte schoenen. In de rest van het proces-verbaal wordt deze persoon dader 1 genoemd.
16:31:57 uur (foto 3)
Dader 1 loopt twee personen tegemoet en steekt de voetgangersoversteekplaats van de Beijerlandselaan over en blijft vervolgens ongeveer, tien seconden staan. Dader 1 staat op dat moment tussen de voetgangersoversteekplaats en de trambaan, zijnde het trottoir waarop de tramhalte zich bevindt. Dader 1 heeft kennelijk zijn rechterhand in zijn rechter jaszak. Zijn linkerarm hangt langs zijn lichaam. Ter hoogte van de tramhalte staan op dat moment vijf personen naast elkaar. Van links naar rechts:
Persoon die in de rest van dit proces-verbaal dader 2 zal worden genoemd, persoon welke later blijkt getuige [getuige 2] te zijn, het latere slachtoffer [slachtoffer] , persoon met roodkleurige bovenkleding en dader 1.
Dader 2 komt links het beeld ingelopen en loopt direct op het latere slachtoffer af. Hij maakt daarbij een beweging alsof hij het slachtoffer van achteren beet pakt.
16:32:00 uur (foto 4)
Op het moment dat dader 2 het slachtoffer beet heeft gepakt, rent dader 1 de trambaan over richting dader 2 en het slachtoffer. Hierbij haalt hij zijn rechterhand uit zijn jaszak.
16:32:03 (foto 5)
Links boven in beeld is te zien dat dader 2 en het slachtoffer bewegingen maken alsof zij met elkaar aan het worstelen dan wel vechten zijn. Dader 1 staat inmiddels bij dader 2 en het slachtoffer.
16:32:04 (foto 6)
Nadat er enkele momenten een worsteling heeft plaatsgevonden, valt het slachtoffer op de grond.
16:32:21 (foto 8)
Dader 1 en 2 rennen samen weg.
Dader 1 heeft het volgende signalement:
- (licht) getint uiterlijk
- normaal tot slank postuur
- zwarte baseballpet
Dader 2 heeft het volgende signalement:
- donkergekleurd/negroïde uiterlijk
- kaal hoofd dan wel zeer kort gemillimeterd haar.
(…)
10. Een deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 14 maart 2014, opgemaakt en ondertekend door dr. ir. A. Knijnenberg. Dit rapport houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 7-16):
als relaas van deze deskundige: (…)
De bevindingen van het onderzoek die betrekking hebben op de beschadiging 1 zijn veel waarschijnlijker wanneer de schootsafstand groter is dan 25 centimeter, dan wanneer de schootsafstand kleiner is of gelijk is aan 25 centimeter.
11. Een proces-verbaal van verhoor getuige van politie Rotterdam-Rijnmond d.d. 19 juni 2012, nr. PL 1710 2012377150-80. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 179-184):
als de op 19 juni 2012 afgelegde verklaring van [getuige 1] :
Ik stond tegen een soort elektriciteitskastje op de hoek van de Beijerlandselaan en de Slaghekstraat. Ik zag links van mij een man staan. Ik zal hem verder dader 1 noemen. Ik zag dat dader 1 een wapen uit zijn zak haalde en dat hij het wapen gereed maakte om te schieten. Ik zag dat de man aan het kijken was in de richting van de Mac Donalds. Ik zag dat er een man aan kwam lopen aan de andere kant van de tramrails. De man kwam vanuit de richting van de Mac Donalds. Ik zal hem verder slachtoffer noemen. Ik zie dat een andere man naar het slachtoffer toeloopt. Ik zal deze tweede man verder dader 2 noemen. Ik zag dat dader 2 het slachtoffer van achteren vast pakte. Ik zag dat dader 2 zijn arm van achteren om de hals van het slachtoffer deed, met zijn andere arm blokkeerde dader 2 zijn arm die hij om het slachtoffer heen had. Ik zag dat het slachtoffer zich los wilde maken van dader 2. Hierdoor liepen zij de tramrails op. Ik zag op dat moment dat dader 1 naar het slachtoffer toeliep. Ik zag dat dader 1 onderweg het wapen pakte. Ik zag en hoorde dat dader 1 vervolgens met het wapen schoot op hele korte afstand in de richting van het slachtoffer. Dader 1 bewoog daarbij zijn arm nog. Dader 2 had het slachtoffer praktisch nog vast als dader 1 schoot.
Dader 2 liet vervolgens het slachtoffer los. Ik zag dat het slachtoffer op de grond viel.
Dader 1 was een jongere jongen. Hij was slank. Hij droeg een zwarte pet.
Dader 2 was kaal. Het was een oudere man. Hij was groot gebouwd.
12. Een proces-verbaal van verhoor getuige van politie Rotterdam-Rijnmond d.d. 16 juni 2012, nr. PL 1710 2012377150-26. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 63-69):
als de op 15 juni 2012 afgelegde verklaring van [getuige 2] :
Op 15 juni 2012 was ik met mijn vriend " [slachtoffer] " op weg naar de halte van tram 25. Toen we er bijna waren zei " [slachtoffer] ": "Kijk daar is die man waar ik problemen mee heb en die gewapend is". Die man stond aan de ander kant van de tramhalte. Ik sprak de man aan.
Toen ik achterom keek naar " [slachtoffer] ", zag ik dat een andere persoon " [slachtoffer] " van achteren beetpakte. Ik zag dat de man waar ik mee stond te praten een pistool uit zijn rechterjaszak pakte. De man met het pistool' liep naar " [slachtoffer] ". " [slachtoffer] " probeerde zich los te worstelen van de man die bij hem stond. Ik hoorde een schot. Ik zag dat " [slachtoffer] " zich los had gemaakt. Ik zag dat " [slachtoffer] " één of twee passen maakte en toen viel.
Het schot is gevallen toen " [slachtoffer] " zich al vechtend probeerde los te worstelen. De twee mannen en " [slachtoffer] " stonden allemaal dicht bij elkaar.
13. Het proces-verbaal van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Rotterdam van 16 december 2013. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -:
als de op 16 december 2013 tegenover deze rechter-commissaris afgelegde verklaring van [getuige 2] :
Op 15 juni 2012 waren [slachtoffer] en ik op weg naar de tramhalte. Wij zagen [verdachte] lopen. [slachtoffer] zei tegen mij: "Het lijkt of hij gewapend is". [slachtoffer] stopte toen met lopen. Ik liep naar [verdachte] toe. Ik zei tegen hem: "Laat hem met rust, die persoon wil geen problemen krijgen". Toen ik achterom keek naar [slachtoffer] bleek dat een andere persoon [slachtoffer] van achter had vast gegrepen. [verdachte] haalde vervolgens een wapen te voorschijn. [verdachte] rende richting [slachtoffer] en de andere persoon. Ik weet dat er geschoten is omdat ik dat hoorde.
Ik heb één schot gehoord. U vraagt mij of ik bij iemand anders dan [verdachte] een vuurwapen heb gezien. Nee.
[verdachte] is de naam die [slachtoffer] heeft gezegd. Het is een soort aanduiding.
14. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 juli 2012, nr. PL 1710 2012377150-58. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 862-863):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Op vrijdag 15 juni 2012 omstreeks 16:29 uur vond er een schietincident plaats op de Beijerlandselaan ter hoogte van de Slaghekstraat te Rotterdam. Op 18 juni 2012 heb ik contact opgenomen met de gebruiker van een telefoonnummer welke op 15 juni 2012 gebeld had naar de meldkamer van Rotterdam-Rijnmond. De gebruiker van dat nummer verklaarde dat hij op de vrijdag van de schietpartij zich als passagier in een auto bevond die stond te wachten bij de Kijkshop. Hij zag een man een vuurwapen pakken. Hij zag dat de man een wapen in zijn rechterhand had op het moment dat hij een harde knal hoorde.
Er was nog een tweede man bij. Volgens hem hoorden zij bij elkaar. De tweede man was dik en de schutter was magerder.
15. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 15 juni 2012, nr. PL 17J0 2012377150-2. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (p. 39-41):
als de op 15 juni 2012 afgelegde verklaring van [getuige 3] :
Ik ben getuige geweest van een schietpartij. Ik liep op de Slaghekstraat en ik ging linksaf de Beijerlandselaan op. Ik hoorde één knal. Ik zag een man naar voren vallen. Ik zag dat er twee mensen bij het slachtoffer stonden. Ik zag dat er twee daders waren, een had een pistool, die zal ik dader 1 noemen. De ander was een flinke man, die zal ik dader 2 noemen.
Toen de daders mij passeerden zag ik dat dader 1 het pistool in zijn broeksband stopte.”