ECLI:NL:PHR:2017:1023

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
11 juli 2017
Publicatiedatum
10 oktober 2017
Zaaknummer
16/01677
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 434 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens onjuiste verstekverlening door detentie verdachte in Duitsland

In deze zaak was de verdachte ten tijde van de behandeling van zijn hoger beroep gedetineerd in Duitsland vanwege een andere strafzaak. Het hof verleende verstek tegen de verdachte omdat deze niet was verschenen, terwijl niet bekend was dat hij gedetineerd was. Uit een detentieverklaring en correspondentie bleek dat de verdachte sinds januari 2015 in Duitse detentie verbleef.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof deze informatie had kunnen weten en dat het verstek verlenen onjuist was. De verdachte had niet vrijwillig afstand gedaan van zijn recht om bij de behandeling aanwezig te zijn. Vanwege het grote belang van aanwezigheid van de verdachte bij de zitting werd het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen naar het hof voor nieuwe behandeling.

Het middel van cassatie dat het hof ten onrechte verstek verleende, werd gegrond verklaard. Het eerste middel behoefde geen bespreking. De Hoge Raad bevestigde hiermee het fundamentele recht van de verdachte op aanwezigheid bij de behandeling van zijn zaak en de noodzaak van correcte kennisname van detentiestatus door de rechter.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling in aanwezigheid van de verdachte.

Conclusie

Nr. 16/01677
Zitting: 11 juli 2017
Mr. T.N.B.M. Spronken
Conclusie inzake:
[verdachte]
De verdachte is bij arrest van 29 juli 2015 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. S.A.A.P. van Hees, advocaat te Breda, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld.
Het
tweede middelklaagt dat het Hof ten onrechte verstek heeft verleend tegen de niet verschenen verdachte aangezien deze ten tijde van de behandeling van zijn zaak ter terechtzitting in hoger beroep uit anderen hoofde was gedetineerd en hij niet vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn.
Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt in dat aldaar de verdachte noch een raadsman is verschenen en dat tegen de verdachte verstek is verleend.
In cassatie is - door middel van aanhechting aan de schriftuur - overgelegd een 'detentieverklaring' gedateerd 19 februari 2015 afkomstig van het Bureau Buitenland van de Reclassering Nederland, inhoudende de verklaring dat de verdachte "op 8 januari 2015 in Duitsland is gearresteerd en sindsdien in detentie verblijft".
Dezelfde verklaring bevindt zich bij de op de voet van art. art. 434, eerste lid, Sv aan de Hoge Raad toegezonden stukken, gehecht aan een op 8 juli 2015 bij het ressortsparket 's-Hertogenbosch ingekomen begeleidende brief van [betrokkene], kennelijk de moeder van de verdachte. Deze begeleidende brief houdt in:
"Zojuist heb ik bericht ontvangen van de dagvaarding van mijn zoon [verdachte] op 29 juli 2015 te 14:00 uur.
Hierbij wil ik u mededelen dat hij niet in de gelegenheid is, te verschijnen voor het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Dit met de reden dat hij sinds 08-01-2015 gedetineerd zit in Duitsland. JVA Koblenz. Op 25 juni 2015 is hij veroordeeld tot 4 jaar celstraf. Hij verblijft momenteel in JVA Koblenz. Wanneer de transport mogelijk is wordt hij een deze dagen overgeplaatst naar JVA Diez.
Bijgevoegd een detentieverklaring van mijn zoon:
(…)"
7. Voorts blijkt uit het dossier dat (i) van deze brief op 8 juli 2015 een afschrift is verstrekt aan de Advocaat-Generaal bij het hof en aan het hof, (ii) dit afschrift op 8 juli 2015 is ingekomen bij het hof, (iii) op dit afschrift met pen is vermeld de datum van de terechtzitting in hoger beroep en de naam van de voorzitter van de meervoudige kamer voor strafzaken die de zaak heeft behandeld.
8. Uitgangspunt is dat indien de dagvaarding van een verdachte die is ingeschreven in de BRP, rechtsgeldig is betekend en de verdachte noch zijn raadsman op de terechtzitting is verschenen, de rechter - behoudens duidelijke aanwijzingen van het tegendeel - kan uitgaan van het vermoeden dat de verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht. Nochtans bestaat de mogelijkheid dat achteraf moet worden vastgesteld dat aan het recht van de verdachte om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht, is tekortgedaan. Dit kan zich voordoen indien de verdachte, zoals naar moet worden aangenomen hier het geval is geweest, ten tijde van de behandeling van zijn zaak in verband met een andere strafzaak was gedetineerd zonder dat dit de rechter bekend was.
9. Uit het hiervoor onder 5 vermelde stuk - aan de herkomst en betrouwbaarheid waarvan in redelijkheid niet behoeft te worden getwijfeld - moet worden afgeleid dat de verdachte [mogelijk] [1] ten tijde van de behandeling van zijn zaak in hoger beroep in verband met een andere strafzaak was gedetineerd. Nu de betreffende stukken waaruit dit blijkt zich tevens bij het procesdossier bevonden, had het hof dit ten tijde van de behandeling ter terechtzitting kunnen weten maar heeft de zittingsrechter deze informatie kennelijk over het hoofd gezien [2] .
10. In cassatie kan worden vastgesteld dat de beslissing van het hof om tegen de verdachte verstek te verlenen en het onderzoek ter terechtzitting voort te zetten achteraf bezien onjuist was. Gelet op het grote belang van de verdachte om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn brengt het voorgaande mee dat de verdachte de mogelijkheid dient te hebben om zijn zaak alsnog in hoger beroep in zijn tegenwoordigheid te doen behandelen. Dit leidt ertoe dat het bestreden arrest moet worden vernietigd en dat de zaak moet worden teruggewezen opdat deze opnieuw wordt berecht en afgedaan. [3] Het middel is derhalve terecht voorgesteld.
11. Nu het tweede middel slaagt behoeft het eerste middel geen bespreking.
12. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Op basis van de detentieverklaring en de begeleidende brief is niet exact te bepalen waar de verdachte op de dag van de terechtzitting was gedetineerd, maar een zeer sterk vermoeden dát hij was gedetineerd in het buitenland volgt hieruit weldegelijk.
2.Althans, het proces-verbaal van de terechtzitting houdt hieromtrent niets in.
3.HR 28 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3042.