Conclusie
eerste middelklaagt dat de bewezenverklaring van feit 2 (parketnummer 16-705899-14), meer in het bijzonder de pleegperiode, niet uit de gebezigde bewijsvoering kan worden afgeleid, althans dat het hof deze bewezenverklaring ontoereikend heeft gemotiveerd doordat het in de bewijsvoering conclusies trekt die in het licht van de bewijsmiddelen onbegrijpelijk zijn.
16-705899-14hij in de periode van 10 april 2014 tot en met 18 november 2014 te Urk tezamen en in vereniging met een ander of anderen opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of vervoerd een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I.”
tweede middelklaagt dat het hof heeft verzuimd (genoegzaam) de redenen op te geven waarom het is afgeweken van de uitdrukkelijk onderbouwde standpunten die de verdediging volgens de steller van het middel zou hebben ingenomen met betrekking tot de onrechtmatige bewijsgaring respectievelijk de onbetrouwbaarheid van de getuigenverklaringen.