ECLI:NL:PHR:2017:1034

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
29 augustus 2017
Publicatiedatum
10 oktober 2017
Zaaknummer
16/03180
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 SvArt. 511h Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken middelen in profijtontnemingszaak

Het cassatieberoep betreft een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin het wederrechtelijk verkregen voordeel van betrokkene is vastgesteld op €90.172 en de verplichting tot betaling aan de Staat is opgelegd.

Hoewel betrokkene tijdig beroep in cassatie heeft ingesteld, zijn geen middelen van cassatie ingediend binnen de daarvoor gestelde termijn. Volgens artikel 511h Sv in verbinding met artikel 437, tweede lid, Sv, moet binnen twee maanden na betekening van de aanzegging een schriftuur met middelen worden ingediend, op straffe van niet-ontvankelijkheid.

Omdat betrokkene deze termijn heeft laten verstrijken, wordt hij niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook gericht op deze niet-ontvankelijkheid.

Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.

Conclusie

Nr. 16/03180 P
Zitting: 29 augustus 2017
Mr. E.J. Hofstee
Conclusie inzake:
[betrokkene]
Het cassatieberoep richt zich tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 13 juni 2016 waarbij het wederrechtelijk verkregen voordeel is vastgesteld op € 90.172,00 en aan de betrokkene de verplichting is opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van het wederrechtelijk voordeel.
Er bestaat samenhang met de zaken 15/05959, 16/03832 P en 16/03833 P. Ook in die zaken zal ik vandaag concluderen.
De betrokkene heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens hem geen middelen van cassatie voorgesteld.
Art. 511h Sv schrijft in verbinding met art. 437, tweede lid, Sv, voor dat op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie moet zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, dient de betrokkene in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
De conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van de betrokkene in het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG