ECLI:NL:PHR:2017:1039

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
11 juli 2017
Publicatiedatum
10 oktober 2017
Zaaknummer
16/04778
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 116 SvArt. 134 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste niet-ontvankelijkverklaring bij beslag op personenauto

In deze zaak werd klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag tegen het beslag op een personenauto, omdat de auto inmiddels was teruggegeven aan een ander dan klager en er daarom geen beslag meer rustte op het voertuig. De rechtbank vond dat klager geen belang meer had bij het beklag.

De Hoge Raad overweegt echter dat in cassatie moet worden aangenomen dat geen toepassing is gegeven aan artikel 116, derde lid, Sv. Hierdoor heeft het beklag het rechtskarakter van een beklag tegen het voornemen van de officier van justitie om het inbeslaggenomen voorwerp aan een ander dan de beslagene terug te geven, alsof die teruggave nog niet had plaatsgevonden.

De rechtbank heeft dit miskend door klager niet-ontvankelijk te verklaren. De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam om het beklag opnieuw te behandelen en af te doen.

De procedure betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van 4 augustus 2016, waarbij de rechtbank klager niet-ontvankelijk verklaarde. De conclusie van de procureur-generaal ondersteunt de vernietiging en terugwijzing van de zaak.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en wijst de zaak terug voor herbehandeling.

Conclusie

Nr. 16/04778 B
Zitting: 11 juli 2017 (bij vervroeging)
Mr. W.H. Vellinga
Conclusie inzake:
[klager]
Bij beschikking van 4 augustus 2016 heeft de Rechtbank Amsterdam klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag tegen beslag op een personenauto.
Namens de klager heeft mr. N. van Schaik, advocaat te Utrecht, één middel van cassatie voorgesteld.
Het middel houdt in dat de rechtbank klager ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn beklag omdat de officier van justitie de personenauto heeft teruggegeven aan een ander dan klager, beslagene, terwijl hij geen toepassing heeft gegeven aan het bepaalde in art. 116 lid 3 Sv Pro.
De bestreden beschikking houdt in als motivering van de niet-ontvankelijkheid:
“Uit het dossier blijkt dat de personenauto inmiddels is geretourneerd aan de rechtmatige eigenaar, [A] B.V. Nu op deze goederen, gelet op artikel 134, tweede lid, aanhef en onder a Sv, geen beslag meer rust, is klager met betrekking tot dit voorwerp niet-ontvankelijk in zijn beklag. Het beslag is reeds geëindigd.”
5. In zijn arrest van 24 mei 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP9397 overwoog de Hoge Raad:
“2.2. De Rechtbank heeft de klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klaagschrift. De bestreden uitspraak houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:
"Vast staat dat bedoelde personenauto van het merk:
Opel Corsa met kenteken [AA-00-BB] op 4 april 2009 onder klager in beslag is genomen.
Gebleken is dat de inbeslaggenomen personenauto inmiddels aan een ander dan klager is geretourneerd. Derhalve rust er geen beslag in de zin van artikel 552a Sv meer op de personenauto en dient de rechtbank klager wegens gebrek aan belang niet-ontvankelijk te verklaren in zijn klaagschrift."
2.3. In cassatie moet ervan worden uitgegaan dat geen toepassing is gegeven aan art. 116, derde lid, Sv. Onder deze omstandigheden moet het ervoor worden gehouden dat het beklag het rechtskarakter heeft van een beklag omtrent het voornemen van de Officier van Justitie om in afwijking van de hoofdregel van art. 116 Sv Pro het inbeslaggenomen voorwerp aan een ander dan de beslagene (klager) te doen teruggeven, alsof deze teruggave nog niet had plaatsgevonden (vgl. HR 30 januari 1996, NJ 1996/526).”
6. Ook in het onderhavige geval moet er in cassatie van worden uitgegaan dat geen toepassing is gegeven aan art. 116, derde lid, Sv. Onder deze omstandigheden moet het - overeenkomstig het hiervoor aangehaalde arrest - ervoor worden gehouden dat het beklag het rechtskarakter heeft van een beklag omtrent het voornemen van de officier van justitie om in afwijking van de hoofdregel van art. 116 Sv Pro het inbeslaggenomen voorwerp aan een ander dan de beslagene (klager) te doen teruggeven, alsof deze teruggave nog niet had plaatsgevonden. Dit heeft de rechtbank blijkens de motivering van haar beschikking miskend.
7. Het middel slaagt.
8. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden beschikking aanleiding behoren te geven.
9. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de Rechtbank Amsterdam teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG