ECLI:NL:PHR:2017:1042
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing getuigenverzoek en verworpen bewijsuitsluiting in drugsovertredingszaak
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens overtreding van de Algemene Plaatselijke Verordening Amsterdam 2008, artikel 2.7 lid 2, tot twee weken hechtenis. De verdediging stelde twee middelen van cassatie voor: het onterecht afwijzen van een getuigenverzoek en het onterecht verwerpen van het verweer tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie en bewijsuitsluiting.
Het hof wees het verzoek om twee jongens uit een groepje als getuigen te horen af omdat het niet waarschijnlijk was dat zij binnen afzienbare tijd konden worden gehoord en het horen niet noodzakelijk was voor de verdediging. De Hoge Raad oordeelde dat deze afwijzing terecht was, mede omdat het verzoek waarschijnlijk onuitvoerbaar was.
Daarnaast verwierp het hof het verweer dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens een vormverzuim van de verbalisanten die geen persoonsgegevens van de getuigen noteerden. Het hof vond dat de verbalisanten aan hun verbaliseringsplicht hadden voldaan en dat de verdachte niet in zijn verdediging werd geschaad. Ook het verzoek tot bewijsuitsluiting werd afgewezen omdat het bewijs niet uitsluitend op de verklaringen van de onbekende getuigen was gebaseerd.
De Hoge Raad bevestigde deze oordelen en verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk. De zaak benadrukt het belang van het noodzaakcriterium bij getuigenverzoeken en de reikwijdte van de verbaliseringsplicht van opsporingsambtenaren.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd niet-ontvankelijk verklaard en de eerdere veroordeling en bewijswaardering bevestigd.