ECLI:NL:PHR:2017:1054
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Procesrechtelijke aspecten van herstel procesinleiding en verschijndatum in cassatieprocedure
In deze conclusie wordt ingegaan op een procedure in cassatie waarbij de procesinleiding gebreken vertoonde, zoals het ontbreken van volledige voornamen en woonplaatsen van partijen. Na een eerste herstel van de procesinleiding zonder nieuwe verschijndatum, rijst de vraag of een tweede herstel en het toevoegen van een nieuwe verschijndatum noodzakelijk zijn.
De conclusie bespreekt dat de wet niet expliciet voorschrijft dat een tweede herstel van de procesinleiding mogelijk is, noch dat daarbij een nieuwe verschijndatum moet worden gegeven. Toch wordt geadviseerd dat het in het belang van een helder en ordelijk verloop van de procedure wenselijk is om een nieuwe verschijndatum te bepalen en aan de verweerder te betekenen.
Op grond van artikel 30c lid 6 Rv kan de rechter een termijn stellen voor herstel van verzuimen in de procesinleiding. De conclusie interpreteert dit zo dat ook een tweede herstel mogelijk is indien de rechter dit noodzakelijk acht voor de voortgang van de procedure. Daarbij wordt verwezen naar artikel 112 Rv Pro voor de termijn van veertien dagen waarbinnen de nieuwe procesinleiding met verschijndatum moet worden betekend.
De conclusie adviseert de Hoge Raad om de eiser in cassatie te bevelen binnen veertien dagen na het bevel een aangepaste procesinleiding met een nieuwe verschijndatum aan de verweerder te betekenen, teneinde de procedure duidelijk en ordentelijk te laten verlopen.
Uitkomst: Advies aan de Hoge Raad om eiser in cassatie te bevelen binnen veertien dagen een aangepaste procesinleiding met nieuwe verschijndatum aan verweerder te betekenen.