ECLI:NL:PHR:2017:1108
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermindering straf voor mensenhandel en medeplegen mishandeling na cassatie
Het gerechtshof Amsterdam heeft verdachte veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf voor meermalen gepleegde mensenhandel en medeplegen van mishandeling. Verdachte werd onder meer schuldig bevonden aan het vastbinden van de armen van het slachtoffer met tie-rips, waardoor letsel ontstond, en het dwingen van slachtoffers tot seksuele handelingen tegen betaling.
In cassatie werden drie middelen ingediend. De Hoge Raad oordeelde dat twee middelen terecht waren voorgesteld, maar dat door een verbeterde lezing van de bewezenverklaring de grondslag voor deze middelen verviel. Wel werd het derde middel gegrond verklaard vanwege schending van de redelijke termijn, wat leidt tot een vermindering van de straf. De bewezenverklaring werd aangepast door het weglaten van de woorden "tezamen en in vereniging met anderen" en een correctie van de tijdsbepaling.
De Hoge Raad vond geen aanleiding tot vernietiging van het vonnis, maar achtte een strafvermindering passend vanwege de overschrijding van de termijn tussen het instellen van cassatie en de ontvangst van het dossier. De overige middelen werden verworpen. De strafvermindering houdt rekening met de ernst van de feiten en de omstandigheden van het proces.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de opgelegde gevangenisstraf wegens schending van de redelijke termijn en past de bewezenverklaring aan zonder vernietiging.