Conclusie
eerste middelbehelst onder meer de klacht dat de weigering van het hof een door de verdachte geschreven stuk, inhoudende zijn op schrift gestelde bezwaren (standpunten en verweren, met toelichting daarop), in ontvangst te nemen strijdig is met de in art. 414, eerste lid, tweede volzin, Sv aan de verdachte gegeven bevoegdheid om in hoger beroep nieuwe bescheiden over te leggen. Het hof heeft zijn weigering bovendien ontoereikend gemotiveerd.
tweede middel, dat zich keert tegen het oordeel van het hof dat de verdachte voorwaardelijk opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, kan buiten bespreking blijven. Indien de Hoge Raad anders mocht oordelen en behoefte heeft aan een aanvullende conclusie, zal ik daartoe overgaan.