ECLI:NL:PHR:2017:1172
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt beperking mondeling pleidooi en bewijslastverdeling in leninggeschil Curaçao
Deze zaak betreft een geschil over de terugbetaling van een lening verstrekt door Korporashon pa Desaroyo di Korsou (Korpodeko) aan Glas en Marmer Handel B.V., waarvan de eiser directeur was. Na faillissement van de vennootschap werd een deel van de zekerheden onderhands verkocht voor een bedrag dat volgens eiser te laag was. Het hof stelde vast dat Korpodeko onvoldoende had onderbouwd waarom de verkoopprijs zo laag was en matigde de vordering dienovereenkomstig.
Eiser klaagde in cassatie over het feit dat het hof geen mondeling pleidooi toestond en dat een rechterswisseling plaatsvond zonder melding. De Hoge Raad oordeelde dat het hof conform het Procesreglement 2016 schriftelijke pleitnota's mocht volstaan en dat eiser niet tijdig zijn wens tot mondeling pleidooi had kenbaar gemaakt. Ook was geen sprake van een schending van de regels omtrent rechterswisseling, omdat geen getuigen waren gehoord.
Verder behandelde de Hoge Raad de bewijslastverdeling omtrent de waarde van de verkochte goederen. Het hof had terecht geoordeeld dat de stelplicht en bewijslast bij eiser lagen om de hogere waarde aan te tonen. Omdat eiser onvoldoende concrete feiten had gesteld, mocht het hof uitgaan van de door Korpodeko vastgestelde waarde. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofvonnis bevestigd met matiging van de vordering tot NAf 389.727,18.