ECLI:NL:PHR:2017:1181
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt veroordeling medeplegen poging woninginbraak wegens onvoldoende bewijs
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor medeplegen van poging tot gekwalificeerde diefstal door inbraak in een woning te Rijsenhout. Het hof baseerde zijn oordeel op onder meer de aanhouding van verdachte en medeverdachte nabij de plaats delict kort na de poging tot inbraak, de vondst van een autosleutel en handschoenen, en het navigatiesysteem dat het adres van de woning als laatst ingevoerde bestemming toonde.
De verdachte voerde aan dat hij met de medeverdachte op weg was naar een feest bij een sportvereniging, maar dat feest bleek niet plaats te vinden. De verklaring van verdachte werd door het hof als ongeloofwaardig beoordeeld, wat mede leidde tot de veroordeling.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het bewijs tegen verdachte mager is en dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de verklaring van verdachte ongeloofwaardig is. Het hof heeft ook nagelaten nader onderzoek te doen naar de plausibiliteit van de verklaring en de schriftelijke getuigenverklaringen die deze ondersteunen. Verder is het verband tussen de aangetroffen voorwerpen en de poging tot inbraak onvoldoende onderbouwd.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst het terug ter verdere behandeling. De conclusie is dat het bewijs niet toereikend is om met voldoende zekerheid te stellen dat verdachte medepleegde aan de poging tot inbraak.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs en motiveringsgebreken.