Conclusie
middelbevat de klacht dat het hof zijn bewezenverklaring op het punt van het medeplegen door de verdachte van winkeldiefstallen bij Intertoys en Hema ontoereikend heeft gemotiveerd.
Medeplegen
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf wegens diefstal door twee of meer verenigde personen, gepleegd op 8 september 2014 in Haarlem. De diefstallen betroffen goederen uit winkels H&M, Intertoys en HEMA, waarbij geprepareerde tassen werden gebruikt.
Het hof baseerde zijn bewezenverklaring op diverse bewijsmiddelen, waaronder politieprocessen-verbaal, camerabeelden, verklaringen van winkelmedewerkers en aangiften. Uit deze bewijzen bleek dat de verdachte samen met vier anderen vanuit een auto het winkelgebied betrad, waarbij de groep zich splitste en verschillende goederen stal. De verdachte was lijfelijk aanwezig bij de diefstal in de H&M en samen met de buit weer in de auto vertrokken.
De verdediging stelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat de verdachte medepleger was van de diefstallen bij Intertoys en HEMA, aangezien hij daar niet lijfelijk aanwezig was. De Hoge Raad oordeelde echter dat de nauwe en bewuste samenwerking binnen de groep, het gezamenlijke vooropgezette plan en het gezamenlijk vervoeren van de gestolen goederen voldoende bewijs vormden voor medeplegen, ook zonder lijfelijke aanwezigheid bij alle diefstallen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het arrest van het hof.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling verdachte tot zes weken gevangenisstraf voor medeplegen van winkeldiefstallen.