Conclusie
4.Het eerste middel
5.Het tweede middel
Kwalificatie van het gedrag van de verdachte [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte]
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte is veroordeeld voor poging tot medeplegen van moord. Het hof stelde vast dat verdachte samen met een medeverdachte de aanslag zorgvuldig had voorbereid, onder meer door de plaats en routes te verkennen, een gestolen motorscooter te regelen en een auto te lenen voor de vlucht. Op de dag van het incident bracht verdachte zijn mededader naar de plaats van het schietincident, wachtte daar en bracht hem na het incident weg.
De verdediging voerde onder meer aan dat het hof ten onrechte getuigenverklaringen had gewogen en dat de gedragingen van verdachte slechts medeplichtigheid en geen medeplegen vormden. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de verklaringen niet onjuist had gewaardeerd en dat de intensieve samenwerking en taakverdeling voldoende gemotiveerd waren om van medeplegen te spreken. De Hoge Raad benadrukte dat het feit dat slechts één persoon de trekker overhaalde niet uitsluit dat anderen medeplegers zijn.
Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn voor de cassatieprocedure was overschreden, wat leidt tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf. De Hoge Raad vernietigde het arrest uitsluitend voor zover het de strafhoogte betreft en verwierp het beroep voor het overige.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor poging tot medeplegen van moord en vermindert de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn.