ECLI:NL:PHR:2017:1235
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen
Verdachte is door het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot een gevangenisstraf van 102 dagen en een taakstraf van 240 uren wegens medeplegen van opzetheling, witwassen en poging tot voordeel trekken uit misdrijf. Tegen dit vonnis is cassatieberoep ingesteld.
De raadsman van verdachte heeft zich weliswaar gesteld, maar heeft geen middelen van cassatie binnen de wettelijk voorgeschreven termijn ingediend. De aanzegging van het cassatieberoep is op 25 juli 2016 betekend, waarna binnen twee maanden een schriftuur met middelen had moeten worden ingediend.
Een verzoek om verlenging van de termijn wegens vermeende taalbarrière werd afgewezen omdat uit de processtukken bleek dat verdachte de taal van de procedure begreep. Hierdoor is het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-naleving van art. 437 lid 2 Sv Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.