Conclusie
3.Het eerste middel
Verweer strekkende tot bewijsuitsluiting politieverklaringen [betrokkene 1]
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, waarin verdachte werd veroordeeld voor poging tot zware mishandeling. Het hof had de verklaringen van de aangeefster en getuigen, ondanks terugtrekking bij de raadsheer-commissaris, als betrouwbaar beoordeeld en niet uitgesloten. De verdediging voerde aan dat deze verklaringen onbetrouwbaar waren en dat de aangeefster als getuige had moeten worden opgeroepen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de verklaringen niet het enige bewijsmiddel waren en dat het niet oproepen van de aangeefster als getuige geen schending van een behoorlijke procesorde opleverde. De terugtrekking van verklaringen werd verklaard door angst en tijdsverloop, wat het hof begrijpelijk achtte. De Hoge Raad verwierp het bewijsuitsluitingsverweer.
Daarnaast werd het beroep gegrond verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, wat leidde tot matiging van de opgelegde gevangenisstraf. Ten slotte bevestigde de Hoge Raad de gedeeltelijke toewijzing van de schadevergoeding aan de benadeelde partij, waarbij €600 aan immateriële schade werd toegewezen en materiële schade werd afgewezen wegens onevenredige belasting van het strafgeding.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd gematigd wegens overschrijding redelijke termijn, bewijsuitsluiting werd verworpen en immateriële schadevergoeding van €600 toegekend.