ECLI:NL:PHR:2017:1267
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt beperkte onschendbaarheid consulaire archieven honorair consul Montenegro
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant, waarin het klaagschrift van de klager ongegrond werd verklaard. Klager, voormalig honorair consul van Montenegro, was het niet eens met de inbeslagname van documenten en een image van een computer tijdens een doorzoeking van zijn kantoorruimte, waar ook het consulaat was gevestigd.
De rechtbank oordeelde dat de onschendbaarheid van consulaire gebouwen volgens het Verdrag van Wenen niet van toepassing is op een honorair consul, maar dat de consulaire archieven en documenten onschendbaar zijn mits zij gescheiden worden gehouden van andere documenten. In dit geval was er geen duidelijke scheiding tussen consulaire en niet-consulaire documenten, waardoor geen beroep op onschendbaarheid kon worden gedaan.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel, maar merkte op dat de rechtbank onvoldoende gemotiveerd had waarom een brandkast met een Montenegrijnse sticker niet onschendbaar zou zijn. Ook werd gewezen op de digitale archieven op de computer, die in een gescheiden digitale map onschendbaar zouden moeten zijn. Desondanks concludeerde de Hoge Raad dat de inbeslagname niet onrechtmatig was omdat deze met schriftelijke toestemming van de ambassadeur en in aanwezigheid van een gemachtigde plaatsvond.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarbij de Hoge Raad benadrukte dat toestemming van de ambassadeur de inbeslagname rechtmatig maakte en dat het belang van de strafvordering zich tegen opheffing van het beslag verzette. De zaak biedt een belangrijke interpretatie van de consulaire onschendbaarheid voor honorair consuls en de toepassing van het Verdrag van Wenen.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd verworpen en de inbeslagname met toestemming van de ambassadeur werd als rechtmatig bevestigd.