Conclusie
eerste middelbevat twee klachten. Het klaagt allereerst dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de verdachte degene is geweest die op 10 januari 2014 de in de tenlastelegging bedoelde personenauto heeft bestuurd. Daarnaast klaagt het dat de nadere bewijsoverweging van het hof niet begrijpelijk is gemotiveerd.
tweede en het derde middelkomen op tegen de strafmotivering. Deze middelen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.