Conclusie
doodslag”, onder 2 impliciet subsidiair “
poging tot doodslag” en onder 3 “
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zestien jaren. [1] Tevens heeft het hof de vordering van drie benadeelde partijen toegewezen, allereerst [betrokkene 1] voor een bedrag van € 11.707,27 ter zake van materiële schade, in combinatie met de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr te vervangen door 93 dagen hechtenis. Het hof heeft de verdachte verwezen in de door deze benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van het arrest begroot op € 2.895,-. De vordering van de benadeelde partij [betrokkene 2] is toegewezen tot het bedrag van € 2.786,- bestaande uit € 786,- materiële schade en € 2.000,- immateriële schade in combinatie met de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr te vervangen door 37 dagen hechtenis. De vordering van de benadeelde partij U. [...] heeft het hof toegewezen tot een bedrag van € 544,50 als vergoeding voor materiële schade in combinatie met de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr te vervangen door 10 dagen hechtenis. Voorts heeft het hof beslissingen genomen inzake inbeslaggenomen voorwerpen.
Namens de verdachte heeft mr. C.F. Korvinus, advocaat te Amsterdam, een schriftuur houdende tweede middelen van cassatie ingediend.
getuige [betrokkene 4]”. Over verklaringen van getuige [betrokkene 4] heeft het hof zich niet uitgelaten; wel over verklaringen van een getuige genaamd [betrokkene 5]. Processen-verbaal met daarin verklaringen van een getuige [betrokkene 5] heb ik bij de stukken aangetroffen.