Conclusie
zogenaamde XTC pil” (feit 2) veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 90 uren te vervangen door 45 dagen jeugddetentie waarvan 60 uren, te vervangen door 30 dagen jeugddetentie, voorwaardelijk met een proeftijd voor de duur van twee jaren. Dit betreft de feiten waarvoor hij onder parketnummer 10/116872-14 is gedagvaard.
zonder oplegging van straf” ten aanzien van “
het in eerste aanleg bewezen- en strafbaar verklaarde feit bij parketnummer 10-140012-14 onder 1”, te weten – kort gezegd – de mishandeling van zijn stiefvader. Ik citeer de beslissingen met betrekking tot de mishandeling van de stiefvader, omdat het onderhavige cassatieberoep zich daarop toespitst.
middelstelt de omvang van het hoger beroep aan de orde, zulks met de klacht dat het hof de verdachte heeft schuldig verklaard aan een feit waarvan hij door de politierechter onherroepelijk was vrijgesproken, terwijl het door hem ingestelde hoger beroep niet tegen deze vrijspraak was gericht.
een zogenaamde XTC pil” (feit 2).
Het stempelvonnis houdt in dat de verdachte is veroordeeld wegens het aanwezig hebben van 57 pillen MDMA en/of MMDA en het aanwezig hebben van “
een zogenaamde XTC pil” (feit 1 en 2 onder parketnummer 10-116872-14) en de mishandeling van zijn stiefvader (feit 1 onder parketnummer 10-140012-14).
BESLISSING:T.a.v. 10-140012-14 feit 2, 10-058334-14 feit 1:
De zaak wordt gevoegd behandeld met de strafzaken tegen de verdachte met parketnummers 10/140012-14 en 10/058334-14. Nu de verdachte van de onder die parketnummers tenlastegelegde feiten is vrijgesproken en enkel beroep is ingesteld tegen het onder parketnummer 10/116872-14 ten laste gelegde feit, geeft dit proces-verbaal slechts weer hetgeen in de behandeling van die strafzaak tegen de verdachte is voorgevallen.”
Niet bewezen wordt geacht hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.”
Akte instellen hoger beroep
Blijkens de akte rechtsmiddel d.d. 23 september 2014 is namens de verdachte beperkt appel ingesteld tegen de feiten met parketnummer 10-116872-14.
Nu in eerste aanleg ter zake van het bij parketnummer 10-140012-14 onder 1 ten laste gelegde en bij parketnummer 10-116872-14 onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten één hoofdstraf is uitgesproken – zal het hof op grond van artikel 423, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering een hoofdstraf voor het in eerste aanleg bij parketnummer 10-140012-14 onder 1 bewezen verklaarde, gekwalificeerd als:
,
noch enige aanleiding, noch de juridische ruimte” bestond en dat het bestreden arrest “
met toepassing van dit artikel blijk[geeft]
van een onjuiste rechtsopvatting”.
aantekening te vervallen”. Het in artikel 378a, vierde lid, Sv gegeven voorschrift dat de aantekening van het stempelvonnis komt te vervallen, is bij de parlementaire voorbereiding ervan niet inhoudelijk toegelicht. [1] Over de betekenis ervan laten de bewoordingen van het voorschrift echter geen twijfel bestaan. [2] Den Hartog wijst er bovendien nog op dat – indien de doorhaling niet zou zijn voorgeschreven – de mogelijkheid zou bestaan van twee zelfstandige aantekeningen van het mondelinge vonnis in dezelfde zaak en dat dit vanzelfsprekend dient te worden voorkomen. [3] Hetgeen dient te worden voorkomen is precies wat zich in de onderhavige zaak heeft voorgedaan.
zekerheidshalve” is uitgegaan van het stempelvonnis. [4] Op basis van het proces-verbaal van de terechtzitting, had het hof ervan moeten uitgaan dat de verdachte door de politierechter was vrijgesproken van de ten laste gelegde mishandeling van zijn stiefvader.
ten aanzien van de door de rechtbank opgelegde straf voor het bij parketnummer 10-140012-14 onder 1 bewezen verklaarde dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf”;