ECLI:NL:PHR:2017:1363
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens onjuiste opvatting over verzoek om clementie
In deze zaak heeft het Gerechtshof Den Haag verdachte veroordeeld wegens medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en diefstal, waarbij een taakstraf werd opgelegd. Verdachte stelde in cassatie één middel voor, waarin werd betoogd dat een gemotiveerd verzoek om clementie een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt vormt in de zin van artikel 359 lid 2 Sv Pro.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad heeft geconcludeerd dat deze klacht klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden, omdat een verzoek om clementie niet kwalificeert als een standpunt met argumenten en ondubbelzinnige conclusie. Daarom dient het cassatieberoep niet-ontvankelijk te worden verklaard op grond van artikel 80a RO.
De Hoge Raad volgt deze conclusie en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Er is tevens samenhang met een andere zaak (nr. 16/00287), die gelijktijdig wordt behandeld. Deze uitspraak bevestigt de strikte toepassing van ontvankelijkheidsvereisten in cassatieprocedures en verduidelijkt de status van verzoeken om clementie binnen het procesrecht.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een onjuiste opvatting over het verzoek om clementie.