ECLI:NL:PHR:2017:1376
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid van hernieuwd klaagschrift tegen beslag op verbeurd verklaarde geldbedragen
In deze zaak gaat het om een hernieuwd klaagschrift van klager tegen beslag op geldbedragen die op 9 december 2010 onder hem in beslag zijn genomen en die in een nog lopende strafzaak door de rechtbank verbeurd zijn verklaard. Het gerechtshof Den Haag heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klaagschrift omdat hij geen beroep heeft gedaan op nieuwe feiten en omstandigheden.
De Hoge Raad bevestigt dat klager alleen als verdachte in de strafzaak kan opkomen tegen de verbeurdverklaring van de geldbedragen en daarom geen zelfstandig belang heeft bij het klaagschrift. Het hof heeft de niet-ontvankelijkheid van klager terecht vastgesteld, ook omdat de belangen van de strafvordering zich verzetten tegen teruggave van het beslag zolang de strafzaak loopt.
Het cassatieberoep van klager wordt op grond van artikel 80a van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk verklaard. Hiermee wordt bevestigd dat de procedurele regels omtrent het klaagschrift en de bevoegdheden van de verdachte in strafzaken strikt worden nageleefd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat klager geen belang heeft bij behandeling van het klaagschrift over verbeurd verklaarde geldbedragen.