ECLI:NL:PHR:2017:141

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
17 januari 2017
Publicatiedatum
14 maart 2017
Zaaknummer
16/00626
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 OpiumwetArt. 437 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet-indienen middelen

Het gerechtshof Amsterdam heeft verdachte op 13 mei 2015 veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken wegens opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, onder C, van de Opiumwet. Verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit vonnis. Echter, binnen de in artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering gestelde termijn is niet gebleken dat namens verdachte een schriftuur met middelen van cassatie is ingediend door een advocaat. Hierdoor is het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard.

De conclusie tot niet-ontvankelijkverklaring werd op 17 januari 2017 door de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad uitgebracht. De zaak hing samen met meerdere andere zaken van medeverdachten, waarvoor gelijktijdig conclusies werden genomen. Dit arrest bevestigt het belang van het tijdig indienen van middelen in cassatieprocedures.

Er is geen inhoudelijke beoordeling van de strafzaak zelf gegeven, aangezien het cassatieberoep op procedurele gronden werd afgewezen. De uitspraak benadrukt de strikte naleving van termijnen in cassatieprocedures en de gevolgen van het niet naleven daarvan.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van schriftuur.

Conclusie

Nr. 16/00626
Mr. Machielse
Zitting 17 januari 2017 (bij vervroeging)
Conclusie inzake:
[verdachte] [1]
1. Het gerechtshof Amsterdam heeft verdachte op 13 mei 2015 voor: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken.
2. Verdachte heeft cassatie doen instellen, maar niet is gebleken dat binnen de in artikel 437 lid 2 Sv Pro genoemde termijn in deze zaak namens verdachte een schriftuur, houdende middelen van cassatie, door een advocaat is ingediend. Daarom is het cassatieberoep niet-ontvankelijk.
3. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

Voetnoten

1.De zaken nr. 15/02848 ([medeverdachte 1]), nr. 15/02351 ([medeverdachte 7]), nr. 15/2/4/2009 ([medeverdachte 2]), nr. 15/02458 ([medeverdachte 3]), nr. 15/03375 ([medeverdachte 4]), nr. 15/04787 ([medeverdachte 5]), nr. 16/00626 ([medeverdachte 6]), hangen samen. In al deze zaken wordt vandaag geconcludeerd.