ECLI:NL:PHR:2017:1411
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in cassatie wegens niet tijdig indienen middelen
Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 26 juli 2016 het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 3 april 2015 bevestigd, waarbij verdachte werd veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf wegens diefstal door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld.
Tegen dit arrest is cassatie ingesteld. De aanzegging van het cassatieberoep is op 26 oktober 2016 aan verdachte persoonlijk uitgereikt, en zijn raadsman is tijdig geïnformeerd. De wettelijke termijn voor het indienen van middelen van cassatie liep af op 27 december 2016.
Binnen deze termijn zijn echter geen middelen van cassatie ingediend. Hierdoor is verdachte niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep, conform artikel 437, tweede lid, Sv. De Procureur-Generaal concludeert daarom tot niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens het niet tijdig indienen van middelen.