Transautex is op 28 april 2015 in hoger beroep gekomen. Burger King heeft incidenteel appel ingesteld. Bij arrest van 27 september 2016 (hierna: het arrest) heeft het hof het principaal appel ongegrond verklaard. Naar aanleiding van het incidenteel appel heeft het hof de vonnissen van de rechtbank vernietigd en, verkort weergegeven, de vorderingen van Transautex afgewezen en voor recht verklaard dat het gehele bedrag dat zich op de Escrow Account bevindt aan Burger King moet worden uitgekeerd. Daartoe heeft het hof, verkort weergegeven en voor zover in cassatie nog van belang, als volgt geoordeeld:
a. Burger King heeft alleen aanspraak op het bedrag in escrow als zij zich in de onderhandelingen met Schiphol voldoende heeft ingespannen om betere of gelijke huurvoorwaarden te krijgen en zij zich tegenover Transautex steeds te goeder trouw heeft opgesteld (onder 17-19 en 22).
b. Burger King hoefde niet een voorstel van Schiphol af te wachten en had evenmin voordat zij de concessie mocht verlengen, instemming nodig van Transautex over de impact van de verlenging of die impact door de rechter moeten laten bepalen (onder 20-21).
c. Uit de (vaststellings)overeenkomst van 17 juni 2003 blijkt dat bij de beoordeling van de vraag wie aanspraak kan maken op het in escrow staande bedrag, de Additionele huurovereenkomst buiten beschouwing zal blijven (onder 25-26).
d. De inschrijving op de tender vond plaats in overeenstemming met de wensen van Transautex en heeft de onderhandelingspositie van Burger King niet verzwakt, terwijl Burger King bovendien heeft bewerkstelligd dat de tender is ingetrokken. Burger King heeft met haar bod in de tender niet in strijd gehandeld met de Escrow Agreement en er zijn voldoende aanwijzingen dat het bod van Burger King niet hoger was dan in de markt gebruikelijk (onder 29-32 en 39).
e. Het enkele feit dat Burger King in de tender en na de intrekking daarvan biedingen heeft gedaan die minder gunstig waren dan de toen geldende voorwaarden leidt er niet toe dat Burger King niet aan haar verplichtingen heeft voldaan. Het doen van een bod in de tender was niet in strijd met de Escrow Agreement. In de stukken is niet voldoende steun te vinden voor de stelling dat zonder meer duidelijk was dat Burger King met een beroep op huurbescherming had kunnen bewerkstelligen dat de concessie- en huurovereenkomst onder dezelfde voorwaarden zouden worden verlengd, en Burger King heeft er met medeweten van Transautex voor gekozen om af te zien van een juridische procedure (onder 39).
f. Niet gebleken is dat het in de tender gedane bod en de bij overeenkomst van 20 april 2009 overeengekomen voorwaarden niet marktconform zijn. De stelling van Transautex dat Burger King met de van haar verlangde inzet een verlenging onder gunstiger voorwaarden had kunnen bewerkstelligen is onvoldoende onderbouwd (onder 40).
g. Burger King heeft terecht het voorstel van Schiphol tot een verlenging met acht jaren afgewezen en er is geen grond om bij de bepaling van de impact van de minder gunstige voorwaarden niet uit te gaan van de overeenkomst van 20 april 2009 maar van het eerdere bod (onder 41 en 58).
h. Artikel 5.5 van de Escrow Agreement ziet alleen op de situatie dat er in het geheel geen verlenging tot stand is gekomen en uit de stukken blijkt niet dat partijen met de verplichtingen van Burger King ook hebben bedoeld de performance van Burger King als ondernemer te omvatten. Burger King heeft gemotiveerd gesteld dat Schiphol haar performance niet als onvoldoende heeft beschouwd en dat de opening van het tweede Burger King restaurant op Schiphol niet van belang is omdat dit zich, anders dan de onderhavige vestiging, achter de douane bevindt. Dat er enig causaal verband is tussen de gestelde achtergebleven performance van Burger King en/of de opening van het tweede restaurant en de door Schiphol verlangde basishuur en concessievergoeding is in deze procedure niet gebleken (onder 42).
i. Het beroep van Transautex op artikel 5.1 (g) van de Escrow Agreement gaat niet op, omdat dit artikel alleen van toepassing is als er geen verlenging tot stand komt (onder 43).
j. Het hof verenigt zich met het oordeel van de rechtbank dat Burger King, blijkens de overgelegde correspondentie tussen partijen, heeft voldaan aan haar verplichtingen uit artikel 5.1 (h) van de Escrow Agreement en dat waar zij dit niet heeft gedaan, dat niet heeft geleid tot minder gunstige voorwaarden in het contract met Schiphol. Dat Burger King in haar brief van 23 maart 2009 aan Transautex heeft medegedeeld dat zij de concept concessieovereenkomst die dag ging tekenen, terwijl in artikel 5.1 (h) van de Escrow Agreement een ‘7 day notice’ is genoemd, brengt niet mee dat Burger King haar aanspraken heeft verloren, nu de ondertekening feitelijk pas op 20 april 2009 heeft plaatsgevonden en Transautex niet binnen zeven dagen na 23 maart 2009 of voor 20 april 2009 heeft geprotesteerd (onder 47-50).
k. Het door Burger King pas in hoger beroep bepleite standpunt dat de partij die recht heeft op uitkering van een deel van het in escrow gestorte bedrag tevens de over dat deel verschenen rente toekomt, is niet in strijd met de eisen van een goede procesorde of de eisen van redelijkheid en billijkheid (onder 54).
l. Artikel 4.1 van de Escrow Agreement moet aldus worden uitgelegd dat de rente die is verkregen op het in escrow gestorte bedrag toekomt aan de partij die aanspraak heeft op dat bedrag. Dat het hier gaat om een vermindering van de koopsom maakt dit niet anders. Dat partijen dit anders hebben bedoeld, blijkt niet uit de definitiebepaling of uit artikel 4.2 van de Escrow Agreement. Gelet hierop behoeft de klacht van Transautex over de afwijzing van de top-up rente geen bespreking (onder 56 en 64).
m. Zowel de in de overeenkomst van 20 april 2009 overeengekomen huurprijs als de concessievergoeding zijn relevant voor de bepaling van de financiële impact van de minder gunstige voorwaarden en er is geen grond om bij de bepaling van de impact van de minder gunstige voorwaarden uit te gaan van het eerdere, terecht afgewezen, bod van Schiphol. Partijen verschillen niet wezenlijk van mening over het feit dat de nominale waarde van de financiële impact van de minder gunstige voorwaarden € 4.837.623,— bedraagt. De betwisting door Transautex van de omzetcijfers en extrapolatie betreffen zeer geringe bedragen die niet relevant zijn (onder 57-59).
n. Er is geen grond om het bedrag van € 4.837.623,— contant te maken. Contantmaking heeft tot doel de huidige waarde te bepalen van kosten die pas op een later moment door Burger King moeten worden betaald. Burger King heeft de kosten van het financieel nadeel in verband met de minder gunstige voorwaarden tot 5 januari 2016 volledig betaald voordat zal worden afgerekend onder de Escrow Agreement. Een redelijke en meest logische uitleg brengt onder deze omstandigheden mee dat geen contantmaking plaatsvindt. Niet gebleken is dat Transautex dit anders mocht opvatten. Hierop stuit ook de stelling af van Transautex dat contant gemaakt moet worden tegen 5 januari 2001 of 5 maart 2001. Het had voor de hand gelegen dat die datum in de Escrow Agreement was opgenomen, als dit de bedoeling was geweest. Dit valt ook niet te lezen in artikel 5.1 (c) onder ii of artikel 5.1 (c) onder iv van de Escrow Agreement. Niet gebleken is dat partijen de berekeningswijze die de door Transautex ingeschakelde deskundigen hebben genoemd, bij het sluiten van de Escrow Agreement voor ogen hebben gehad voor de zich hier voordoende situatie. Burger King behoefde de thans bepleite uitleg in de gegeven omstandigheden niet te verwachten, waarbij het hof aantekent dat Transautex in de inleidende dagvaarding heeft onderschreven dat het bedrag in escrow uiterlijk op 30 april 2008 kon worden uitgekeerd. De financiële impact van de minder gunstige voorwaarden is groter dan het in escrow gestorte bedrag, zodat Burger King recht heeft op het volledige in escrow gestorte bedrag en de daarover verkregen rente. Dat wordt niet anders indien het niet aanvaarden van de verlenging met acht jaar voor rekening van Burger King wordt gehouden, of als contantmaking per 20 april 2009 wordt aangehouden, gelet op de alsdan te hanteren bedragen (onder 62 en 63).
o. Het hof gaat aan de bewijsaanbiedingen voorbij nu deze niet ter zake dienend of onvoldoende gespecificeerd zijn (onder 65).