“10. [betrokkene 4] mag dan ook worden vertrouwd in zijn verklaring bij de rechtercommissaris, dat hij het briefhoofd van [verdachte] zonder medeweten van [medeverdachte] heeft gebruikt. Om reden zoals [betrokkene 4] in zijn verklaring expliciet heeft aangegeven.
Deze stelling wordt eens te meer onderbouwd door het feit dat [medeverdachte] zelfs niet wist om welke huurprijs het ging, aangezien zoals uit de stukken blijkt de huurpenningen aanvankelijk werden gestort op de bankrekening van de FGH.
(…)
12. Uit deze overeenkomst mag blijken dat [G] steeds partij is geweest in deze kwestie als vereniging Vermogensbeheer, die de aankoop van [A] financieel mogelijk heeft gemaakt en derhalve economisch hypotheekhouder was met alle daaraan verbonden rechten en verplichtingen.
(…)
14. Kort en goed wenst de verdediging te stellen, dat door het enkele feit dat [G] ( [betrokkene 4] ) ten onrechte op briefpapier van [verdachte] declareerde bij [A] , het misverstand is ontstaan als zou voor de facturering [medeverdachte] verantwoordelijk zijn.
15. Het gaat om de facturering. Kennelijk heeft [G] gewild dat de huurpenningen na aflossing van de FGH zouden worden betaald op de Stichting Derdengelden [medeverdachte] , op welke derdenrekening bedragen verschenen die waren voldaan door [A] . Derhalve jaren na de overname door [G] .
16. Uit de ongespecificeerde betalingen door [A] op de Derdenrekening van [medeverdachte] , kan niet worden geconcludeerd dat [verdachte] , OB belaste omzet maakte.
(…)
25. [verdachte] heeft per begin januari 2000 op vordering van de (economisch gerechtigde) eigenaar/hypotheekhouder van de aan [A] verhuurde onroerende zaak te Duiven alle bescheiden betreffende de verhuur/huur, met inbegrip van de huurovereenkomst ten name van en tussen [D] B.V. en [A] B.V., overgedragen aan Vereniging Vermogensbeheer [G] ( [G] ), die vanaf de overdracht alle zaken inzake de verhuur/huur zelfstandig - niet meer door tussenkomst van [verdachte] derhalve - is gaan regelen en alle besluiten en beslissingen ter zake heeft genomen.
26. [verdachte] heeft hierna geen bemoeienis meer met deze verhuur/huur gehad, noch ook heeft zij enig huurbedrag op factuur in rekening gebracht aan de huurder, noch ook enig huurbedrag van de huurder ontvangen.
27. [G] had aan [verdachte] laten weten dat eveneens de facturering naar [A] van de huurbedragen door [G] zouden geschieden, hetgeen ook effectief is gebeurd. [verdachte] is er vanzelfsprekend van uit gegaan dat de facturering door [G] naar [A] op eigen naam en titel zou gebeuren en wist niet anders.
28. [G] heeft ook nimmer aan [verdachte] kenbaar gemaakt dat zij op naam van [verdachte] /op briefhoofd papier van [verdachte] respectievelijk ten behoeve van [verdachte] de huren aan [A] declareerde.
29. De aldus zonder opdracht van en buiten medeweten van [verdachte] naar [A] verzonden facturen moeten naar het oordeel van [verdachte] dan ook als vervalste facturen worden gekwalificeerd. [verdachte] noch haar bestuurders kunnen, bij gebrek aan kennis en wetenschap hiervan, hiervoor aansprakelijk worden gehouden.”