Conclusie
eerste middelklaagt over de afwijzing door het hof van een verzoek om aanhouding. Het verzoek om aanhouding was erop gericht om de zaak tegen verdachte tegelijkertijd, maar niet gevoegd, te behandelen met de zaak tegen de medeverdachte, zodat de medeverdachte als getuige zou kunnen worden gehoord in de zaak tegen verdachte. De verdediging had op zo een gelijktijdige behandeling gerekend en daarom de medeverdachte niet afzonderlijk doen oproepen. Ook de AG is er volgens de steller van het middel van uitgegaan dat de zaak tegen verdachte en de medeverdachte gelijktijdig zouden worden behandeld. De afwijzende beslissing van het hof is nauwelijks gemotiveerd.
tweede middelklaagt over de afwijzing van het verzoek tot het aanstellen van de deskundige Van Koppen dan wel een andere deskundige die zijn oordeel zou dienen te geven over de betrouwbaarheid van de herkenning van verdachte. Dat verzoek is neergelegd in de pleitnota volgens welke de advocaat van verdachte ter terechtzitting in hoger beroep het woord heeft gevoerd en waaruit in de schriftuur wordt geciteerd.
derde middelklaagt dat de bewezenverklaring ontoereikend is gemotiveerd omdat de rechtbank heeft geoordeeld dat verdachte geen aannemelijke verklaring heeft gegeven over de in zijn woning aangetroffen handschoen. Op die handschoen is, zoals de rechtbank heeft vastgesteld, DNA-materiaal van aangever en van verdachte aangetroffen. Het hof heeft zich daarbij aangesloten. Volgens de steller van het middel heeft de verdachte wel een aannemelijke verklaring gegeven.