Conclusie
2.Bespreking van de cassatiemiddelen
Brouwersgracht-arrest, ten grondslag
Brouwersgracht-arrest is dan geen plaats. [15] Het was Schutter die als cognossementhouder het cognossement ter verkrijging van uitlevering heeft aangeboden en zichzelf als rechthebbende heeft gelegitimeerd, waarover aan de zijde van MISC geen verwarring bestond. De in het onderdeel opgesomde omstandigheden doen daaraan niet af. Het oordeel van het hof dat niet Igeb maar Schutter heeft te gelden als houder van het cognossement aan toonder waardoor Schutter bij de presentatie van de cognossementen voor de uitlevering jegens MISC optrad als regelmatig houder, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. De klacht stuit daarop af.
Onderdeel 3.2klaagt dat het hof het passeren van dit verweer van MISC niet voldoende heeft gemotiveerd.
Onderdeel 3.3betoogt dat het in dit onderdeel bestreden oordeel van het hof evenmin kan worden gedragen door de slotoverweging in rov. 5.4 dat de onduidelijkheid omtrent het claimrecht met name zou zijn gerezen doordat MISC in eerste aanleg ten onrechte had betoogd dat de cognossementen niet waren geëndosseerd.
Onderdeel 3.4voert aan dat het hof heeft miskend dat MISC vóór en ten tijde van het aanbieden van de cognossementen tot en met het uitleveren van de lading, niemand anders dan Igeb als recht- en regelmatig houder van de cognossementen beschouwde en daarop ook gerechtvaardigd mocht vertrouwen.