Conclusie
middel
5. De beoordeling door de rechtbank
6.Beslissing
6 Het beslag
Parket bij de Hoge Raad
De rechtbank Limburg heeft bij beschikking van 17 mei 2016 het klaagschrift van klager ongegrond verklaard, waarin klager teruggave van een inbeslaggenomen geldbedrag van €45.000,- vorderde. Klager was veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet en het geldbedrag was in beslag genomen tijdens een doorzoeking in 2009. De rechtbank oordeelde dat klager niet als rechthebbende op het geldbedrag kon worden aangemerkt en dat het geld moest worden bewaard voor de rechthebbende.
Klager stelde cassatieberoep in tegen deze beschikking. De Hoge Raad constateerde dat het vonnis van de rechtbank Maastricht waarin werd bepaald dat het geldbedrag moest worden bewaard voor de rechthebbende, niet zonder meer begrijpelijk was, mede omdat het geldbedrag niet op de beslaglijst stond en de beslissing omtrent het beslag niet duidelijk was gemotiveerd. De rechtbank had onvoldoende onderbouwd waarom klager niet als rechthebbende kon worden aangemerkt.
De Hoge Raad oordeelde dat de bestreden beschikking vernietigd moest worden vanwege deze onbegrijpelijke motivering. Er waren geen gronden om ambtshalve te vernietigen. De zaak werd terugverwezen voor een nieuwe beslissing. Tevens werd opgemerkt dat het conservatoir beslag op het geldbedrag inmiddels was opgeheven omdat de ontnemingsvordering was vervallen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en verwijst de zaak terug wegens onbegrijpelijke motivering over de rechthebbendheid van het geldbedrag.