Conclusie
3.Het eerste middel
Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 1
alleenin de woning is geweest. Over dat oordeel wordt in cassatie echter niet gemotiveerd geklaagd. Reeds daarom kan het middel in zoverre niet slagen.
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot veertien jaar gevangenisstraf voor doodslag, zware mishandeling en mishandeling van zijn huisgenoot in Zaandam. Het hof oordeelde dat de verdachte met uitzonderlijk krachtige geweldsuitoefening het slachtoffer heeft gedood, waarbij hij het voorwaardelijk opzet op de dood aanvaardde.
De verdediging stelde in cassatie dat het bewijs onvoldoende was om voorwaardelijk opzet aan te nemen en dat het hof onrechtmatig proces-verbaal gebruikte als bewijsmiddel. De Hoge Raad verwierp deze middelen, bevestigde de bewijsredenering en oordeelde dat het hof terecht uit het letsel en de omstandigheden het voorwaardelijk opzet afleidde.
Daarnaast werd erkend dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden doordat stukken te laat waren ingediend. Dit leidde tot strafvermindering door de Hoge Raad. De overige klachten faalden, waarna het arrest werd vernietigd voor zover het de strafduur betrof en de straf werd verminderd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor doodslag met voorwaardelijk opzet en vermindert de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn.