ECLI:NL:PHR:2017:255
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Gebruik van verklaringen medeverdachten als bewijs en strafvermindering wegens termijnoverschrijding in synthetische drugslabzaak
In deze zaak werd verdachte veroordeeld voor medeplegen van voorbereidingshandelingen tot productie van synthetische drugs, waaronder MDMA en amfetamine. Het hof had bewezen verklaard dat verdachte samen met anderen gedurende een periode van 2006 tot 2008 betrokken was bij het voorbereiden en bevorderen van deze feiten, onder meer door het bestellen van chemicaliën en laboratoriumbenodigdheden. Verdachte voerde aan dat zij niet wist dat deze bestellingen verband hielden met drugslabactiviteiten, maar het hof oordeelde dat zij bewust de aanmerkelijke kans had aanvaard dat haar handelen daaraan bijdroeg.
Een belangrijk cassatiepunt betrof het gebruik door het hof van verklaringen van medeverdachten die in hun eigen zaken waren afgelegd, zonder dat deze verklaringen ter terechtzitting waren voorgelezen of de korte inhoud was meegedeeld, hetgeen volgens art. 301 lid 4 Sv Pro niet is toegestaan. De Hoge Raad overwoog echter dat verdachte geen belang had bij deze klacht omdat de strafzaken gelijktijdig maar niet gevoegd werden behandeld, verdachte en haar advocaat op de hoogte waren van de verklaringen en de verdediging de mogelijkheid had om medeverdachten als getuigen te horen, wat zij niet heeft gedaan.
Daarnaast klaagde verdachte over overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase. De Hoge Raad stelde vast dat het dossier pas ruim anderhalf jaar na het instellen van cassatie werd ingediend en dat de uitspraak pas na meer dan twee jaar volgde, waardoor de redelijke termijn werd overschreden. Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde straf.
De conclusie van de Procureur-Generaal was om de straf te verminderen en het beroep voor het overige te verwerpen. De zaak hangt samen met soortgelijke zaken tegen medeverdachten. De Hoge Raad bevestigde de rechtmatigheid van het bewijsgebruik en de bewezenverklaring, en gaf daarmee geen aanleiding tot vernietiging van het vonnis behalve voor de strafmaat.
Uitkomst: De straf van verdachte wordt verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn, het bewijsgebruik wordt bevestigd en het beroep voor het overige verworpen.