Conclusie
middel
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier weken voor winkeldiefstal. Tegen dit arrest werd cassatie ingesteld met het middel dat het hof niet voldeed aan het motiveringsvereiste van artikel 359 lid 6 Sv Pro, omdat het niet expliciet aangaf waarom een vrijheidsbenemende straf werd opgelegd.
Het hof had in zijn motivering wel de ernst van het feit, de schade voor de gedupeerden en de recidive van de verdachte genoemd, maar verwees slechts naar "de hierna te melden straf" zonder ondubbelzinnig te maken dat het zich bewust was van het opleggen van een vrijheidsbenemende straf.
De Hoge Raad oordeelde dat deze motivering onvoldoende is en dat dit leidt tot nietigheid van het arrest op grond van artikel 359 lid 8 Sv Pro. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe beoordeling van de straf.
De conclusie benadrukt het belang van een expliciete en duidelijke strafmotivering bij vrijheidsbenemende straffen en verwijst naar recente jurisprudentie waarin dit motiveringsvereiste strikt wordt toegepast.
Uitkomst: Arrest van hof Amsterdam vernietigd wegens onvoldoende motivering van de vrijheidsbenemende straf en zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting.