Conclusie
middelklaagt dat het hof de bewezenverklaring voor wat betreft het medeplegen ontoereikend heeft gemotiveerd.
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk telen en aanwezig hebben van hennepplanten in twee hennepkwekerijen, gelegen aan een adres in Santpoort-Noord en een adres in Zwaanshoek. Het hof baseerde zich op belastende verklaringen van medeverdachten en getuigen, alsmede op proces-verbaal bevindingen over de omvang en inrichting van de kwekerijen.
De verdachte leverde een intellectuele bijdrage door het initiatief te nemen, het plan uit te werken, een loods ter beschikking te stellen en een substantieel deel van de investering te doen. Hij ontkende lijfelijke aanwezigheid tijdens de aanleg vanwege de relatie met zijn schoonvader, die eigenaar was van het pand in Santpoort-Noord, maar bezocht de locatie wel enkele malen en leverde materialen.
De medeverdachten bevestigden dat de verdachte de initiatiefnemer was, de huurcontanten betaalde via hen om de schoonvader niet te belasten, en een gelijk aandeel in de opbrengst ontving. Het hof oordeelde dat de bijdrage van de verdachte voldoende gewicht had voor medeplegen, waarbij lijfelijke aanwezigheid niet vereist is. De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel dat het hof onvoldoende had gemotiveerd en bevestigde het arrest.
De uitspraak benadrukt de juridische criteria voor medeplegen, waarbij een intellectuele bijdrage en nauwe samenwerking, ook zonder directe uitvoering, voldoende kunnen zijn. De verdachte werd veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf, subsidiair hechtenis, conform het hof.
De Hoge Raad vond geen aanleiding tot vernietiging en verwierp het cassatieberoep, waarmee de veroordeling definitief bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen van hennepteelt wordt bevestigd.