ECLI:NL:PHR:2017:325
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens eerdere strafbeschikking gelijkgesteld aan veroordeling
In deze zaak heeft het gerechtshof Den Haag de verdachte veroordeeld voor overtreding van artikel 19 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met een geldboete en een voorwaardelijke rijontzegging. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. Het middel van cassatie betrof de klacht dat het hof ten onrechte een eerdere strafbeschikking als een veroordeling had meegewogen bij de strafoplegging.
De Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest van 3 januari 2017 waarin is vastgesteld dat een strafbeschikking op grond van artikel 78b Sr gelijkgesteld kan worden aan een veroordeling door de rechter in het kader van strafmotivering. Gezien deze rechtspraak is het middel van cassatie klaarblijkelijk ongegrond.
Daarom wordt het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a van het Wetboek van Strafvordering. De Hoge Raad benadrukt dat het moment van uitspraak van het arrest beslissend is voor de toepassing van deze regel, niet het moment van indiening van de schriftuur. De verdachte had zijn beroep kunnen intrekken na het arrest van de Hoge Raad van 3 januari 2017, maar heeft dit niet gedaan.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gelijkstelling van strafbeschikking aan veroordeling.