ECLI:NL:PHR:2017:345
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet-indienen middelen profijtontneming
Het gerechtshof Den Haag heeft op 17 september 2015 het vonnis van de rechtbank Den Haag van 22 september 2014 bevestigd, waarin het wederrechtelijk verkregen voordeel van betrokkene is vastgesteld op €12.075,- en betrokkene is verplicht dit bedrag aan de Staat te betalen ter ontneming.
Betrokkene heeft tijdig beroep in cassatie ingesteld, maar ondanks een geldige aanzegging conform art. 435, eerste lid, Sv, zijn namens hem geen middelen van cassatie ingediend. Volgens art. 511h Sv in verbinding met art. 437, tweede lid, Sv moet binnen twee maanden na betekening van de aanzegging door een raadsman een schriftuur met middelen worden ingediend, op straffe van niet-ontvankelijkheid.
Omdat bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur met middelen is ingediend, wordt betrokkene niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot deze niet-ontvankelijkverklaring.
Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.