ECLI:NL:PHR:2017:345

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
21 maart 2017
Publicatiedatum
16 mei 2017
Zaaknummer
15/04449
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 SvArt. 511h Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet-indienen middelen profijtontneming

Het gerechtshof Den Haag heeft op 17 september 2015 het vonnis van de rechtbank Den Haag van 22 september 2014 bevestigd, waarin het wederrechtelijk verkregen voordeel van betrokkene is vastgesteld op €12.075,- en betrokkene is verplicht dit bedrag aan de Staat te betalen ter ontneming.

Betrokkene heeft tijdig beroep in cassatie ingesteld, maar ondanks een geldige aanzegging conform art. 435, eerste lid, Sv, zijn namens hem geen middelen van cassatie ingediend. Volgens art. 511h Sv in verbinding met art. 437, tweede lid, Sv moet binnen twee maanden na betekening van de aanzegging door een raadsman een schriftuur met middelen worden ingediend, op straffe van niet-ontvankelijkheid.

Omdat bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur met middelen is ingediend, wordt betrokkene niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot deze niet-ontvankelijkverklaring.

Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.

Conclusie

Nr. 15/04449 P
Zitting: 21 maart 2017
Mr. E.J. Hofstee
Conclusie inzake:
[betrokkene]
Het Gerechtshof Den Haag heeft bij uitspraak van 17 september 2015 het vonnis bevestigd van de rechtbank Den Haag van 22 september 2014, waarbij het wederrechtelijk verkregen voordeel is vastgesteld op € 12.075,- en de betrokkene de verplichting is opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming.
Er bestaat samenhang met de zaken 15/04453, 15/04654P en 15/04655. Ook in die zaken zal ik vandaag concluderen.
De betrokkene heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens hem geen middelen van cassatie voorgesteld.
Art. 511h Sv schrijft in verbinding met art. 437, tweede lid, Sv voor dat op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie moet worden ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, moet de betrokkene niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep worden verklaard.
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG