ECLI:NL:PHR:2017:346
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring betrokkene in cassatieberoep wegens niet-indienen middelen
Het Gerechtshof Den Haag bevestigde op 17 september 2015 het vonnis van de rechtbank Den Haag van 22 september 2014, waarbij betrokkene werd veroordeeld tot betaling van €5.000,- ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Betrokkene stelde tijdig beroep in cassatie in, maar diende geen middelen van cassatie in binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van twee maanden na betekening van de aanzegging. Volgens art. 511h Sv en art. 437 lid 2 Sv Pro is het indienen van een schriftuur met middelen van cassatie binnen deze termijn verplicht.
De Procureur-Generaal concludeert daarom dat betrokkene niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn cassatieberoep. Deze conclusie betreft de niet-ontvankelijkverklaring wegens het ontbreken van tijdige middelen, waardoor het cassatieberoep niet inhoudelijk wordt behandeld.
Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.