ECLI:NL:PHR:2017:350
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in diefstalzaak
De verdachte werd door het hof ’s-Hertogenbosch bevestigd in zijn veroordeling voor diefstal en poging daartoe, met een gevangenisstraf van twee maanden. In cassatie werden twee middelen aangevoerd: het eerste klaagde over de behandeling van de zaak achter gesloten deuren zonder geldige motivering, het tweede over overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro.
De Hoge Raad constateerde dat het proces-verbaal abusievelijk vermeldde dat de zitting achter gesloten deuren was gehouden, terwijl dit in werkelijkheid openbaar was. Dit werd bevestigd door een herstelproces-verbaal van het hof. Hierdoor faalde het eerste middel wegens gebrek aan feitelijke grondslag.
Het tweede middel slaagde echter, omdat de termijn tussen het instellen van cassatie en de ontvangst van stukken bij de Hoge Raad ruim negen maanden overschreed, en de uitspraak meer dan twee jaar na het cassatieberoep volgde. Dit leidde tot een vermindering van de straf. De Hoge Raad vernietigde daarom de bestreden uitspraak uitsluitend wat betreft de duur van de gevangenisstraf en liet de rest van het vonnis in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigde de opgelegde gevangenisstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn en stelde de straf op een lagere maatstaf vast.