Conclusie
middel
Onderzoek van de zaak
Bevestiging van een mondeling vonnis bij schriftelijk arrest
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak oordeelt de Hoge Raad over een cassatieberoep tegen een arrest van het hof ’s-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor mishandeling en overtreding van de Wegenverkeerswet. Het hof bevestigde het vonnis van de politierechter, die had vastgesteld dat verdachte op 9 juni 2015 een slachtoffer met een gebalde vuist in het gezicht had geslagen.
De verdediging had in hoger beroep vrijspraak bepleit en betoogde dat onvoldoende bewijs bestond voor mishandeling. Het hof baseerde zijn bewezenverklaring op een aantekening van het mondeling vonnis van de politierechter, waarin verwezen werd naar digitale processtukken, maar gaf in het arrest zelf geen uitgewerkte inhoud van de bewijsmiddelen weer.
De Hoge Raad stelt dat op grond van artikel 359 lid 3 Sv Pro een bewezenverklaring die niet berust op een bekennende verdachte, moet worden gemotiveerd met een weergave van de inhoud van de bewijsmiddelen in het arrest. Dit is in dit geval niet gebeurd. Hoewel het hof een bewijsoverweging gaf, ontbrak een voldoende nauwkeurige aanduiding van feiten, omstandigheden en bewijsmiddelen waarop de bewezenverklaring steunt.
Daarom is het arrest ontoereikend gemotiveerd en vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover het mishandeling betreft. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde behandeling en beslissing over dit onderdeel. De overige veroordelingen blijven in stand.
Uitkomst: Arrest hof vernietigd voor mishandeling wegens onvoldoende motivering, zaak terugverwezen voor hernieuwde behandeling.