ECLI:NL:PHR:2017:362
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in cassatieberoep wegens te late indiening
De verdachte was door het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot een gevangenisstraf van drieëntwintig maanden wegens deelneming aan een criminele organisatie en medeplegen van gewoontewitwassen. Tegen dit arrest was zowel door de verdachte als door het openbaar ministerie beroep in cassatie ingesteld. Het openbaar ministerie trok het cassatieberoep echter in.
De aanzegging van het cassatieberoep aan de verdachte vond plaats op 24 december 2016, en de betekening aan zijn raadsman volgde op 30 december 2016. De schriftuur houdende cassatiemiddelen werd op 23 februari 2017 ingediend, terwijl de wettelijke termijn op 22 februari 2017 afliep.
Daarom is de schriftuur te laat ingediend en dient de verdachte als niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn cassatieberoep. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook gericht op niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens te late indiening.