Conclusie
hiervoor genoemde feit”. Daarmee wordt verwezen naar de feiten “
zoals nader omschreven in een door de griffier gewaarmerkt en als bijlage aan deze uitspraak gehechte fotokopie van het uitleveringsverzoek van 28 november 2014, uitgevaardigd door de vijfde meervoudige kamer in strafzaken van de rechtbank Bakirköy. Het in de bijlage tussen haken geplaatste gedeelte dient als hier ingevoegd te worden beschouwd.”
beslissingvan de vijfde meervoudige kamer in strafzaken van de rechtbank van Bakirköy van 28 november 2014. De uitspraak van de rechtbank kan op dit punt verbeterd worden gelezen.
deelname aan handel in verdovende middelen door bemiddeling in handel in cocaïne”.
eerste middelbehelst de klacht dat de rechtbank een onjuiste maatstaf heeft aangelegd inzake de bevoegdheidsverdeling tussen de uitleveringsrechter en de minister van Veiligheid en Justitie bij de beoordeling van – kort gezegd – een beroep op mensenrechtenschendingen. Het
tweede middelbehelst de klacht dat de rechtbank de uitlevering ten onrechte althans onvoldoende gemotiveerd toelaatbaar heeft verklaard en dat er geen sprake is van een dreigende flagrante inbreuk op de artikelen 6 en 13 EVRM. De middelen richten zich beide tegen de beoordeling door de rechtbank van het beroep op mensenrechtenschendingen en kunnen gezamenlijk worden besproken.
De garanties in het kader van EVRM zijn hierdoor niet langer ewaarborg4.
Alleen al gelet op de noodtoestand en de opschorting van de EVRM dient de uitlevering van cliënt aan Turkije te worden geweigerd!!!”
vast te staan” dat de
jegens de opgeëiste persoonhet risico dreigt van een flagrante inbreuk op enig aan de opgeëiste persoon ingevolge artikel 6, eerste lid, EVRM toekomend recht en evenmin dat de opgeëiste persoon na zijn uitlevering niet een rechtsmiddel als bedoeld in artikel 13 EVRM Pro ten dienste staat ter zake van die inbreuk. Het enkele uitroepen van de noodtoestand in Turkije en (in de woorden van de raadsman) “
het opschorten van het EVRM” zijn daarvoor ontoereikend. Ik zeg niet dat de ontwikkelingen in Turkije sedert de staatsgreep van 15 juli 2016 (en wellicht al daaraan voorafgaand) en de zogeheten ‘zuiveringsrondes’ die sindsdien aldaar hebben plaatsgehad zonder enige betekenis zijn voor de beoordeling van de toelaatbaarheid van de uitlevering aan dit land, [4] maar het lijkt mij niet zinvol om daarbij elke nuance uit het oog te verliezen. Het gaat bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van de uitlevering steeds om de vraag of voor
dezeopgeëiste persoon bij uitlevering een flagrante schending van zijn door het EVRM gewaarborgde rechten dreigt, niet om de vraag of de Turkse rechtstaat zich in z’n algemeenheid op een hellend vlak bevindt. Zo mag dus niet zonder meer worden aangenomen dat de positie van
dezeopgeëiste persoon vergelijkbaar is met de positie van individuen van wie door de Turkse autoriteiten wordt gesteld dat zij hebben deelgenomen aan de staatsgreep van 15 juli 2016 of dat zij aanhanger zijn van Fethullah Gülen.
1. In time of war or other public emergency threatening the life of the nation any High Contracting Party may take measures derogating from its obligations under this Convention to the extent strictly required by the exigencies of the situation, provided that such measures are not inconsistent with its other obligations under international law.
“JOINT DECLARATION BY THE GRAND NATIONAL ASSEMBLY OF TURKEY
16 JULY 2016
terrorist attempt on 15 July 2016”, en de onderzoeken die zijn gericht tegen rechters en openbaar aanklagers.
STATE OF EMERGENCY DECLARED IN TURKEY FOLLOWING THE COUP ATTEMPT ON 15 JULY 2016
FETÖ has been especially organized within the judicial institutions for decades. By way of producing false evidence in the investigations into the issues such as Ergenekon initiated in 2007 and Balyoz and military espionage initiated thereafter, dismissal operations started against the persons that are not members of the organisation within the armed forces. It was found established by the judgments of the Court of Cassation that false evidence had been produced in those investigations. The power that FETÖ obtained in the judiciary due to the operations in question reached its peak with re-structuring of the High Council of Judges and Prosecutors in 2010. They infiltrated the Council and appointed members of the organisation were to critical positions in the judiciary.
het opschorten van het EVRM” de uitlevering aan Turkije belemmert, terwijl (1) het enkele inroepen van artikel 15 EVRM Pro door Turkije niet zonder meer uitwijst dat de in artikel 6 EVRM Pro gegarandeerde rechten opzij zullen worden gezet, en terwijl (2) de verdediging evenmin heeft gespecificeerd welke door Turkije toegelichte maatregelen in de onderhavige zaak enig aan de opgeëiste persoon ingevolge artikel 6, eerste lid, EVRM toekomend recht zullen treffen.