ECLI:NL:PHR:2017:381
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens te late indiening na veroordeling zware mishandeling
De verdachte werd door de rechtbank Den Haag veroordeeld voor zware mishandeling tot een gevangenisstraf van negen weken, waarvan vier voorwaardelijk. Het gerechtshof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen dit vonnis. Vervolgens stelde de verdachte cassatieberoep in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is omdat het te laat was ingediend. De dagvaarding voor de terechtzitting in hoger beroep was persoonlijk aan de verdachte betekend, waardoor het cassatieberoep binnen veertien dagen na het arrest van het hof had moeten worden ingesteld. Het beroep werd echter ruim een maand na het arrest ingediend.
Hierdoor kon de Hoge Raad niet inhoudelijk op de voorgestelde cassatiemiddelen ingaan en verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Deze beslissing sluit aan bij de wettelijke termijnen zoals neergelegd in artikel 432, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafvordering.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.