ECLI:NL:PHR:2017:394
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid betrokkene in cassatie wegens niet tijdig indienen middelen in ontnemingszaak
Het hof Arnhem-Leeuwarden heeft betrokkene bij uitspraak van 9 maart 2016 verplicht tot betaling van € 13.835,14 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Deze ontnemingszaak is verbonden met een strafzaak tegen betrokkene. Betrokkene heeft beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.
Echter heeft betrokkene niet binnen de wettelijk gestelde termijn door een raadsman een schriftuur met middelen van cassatie ingediend. Hierdoor is niet voldaan aan het voorschrift van artikel 437, tweede lid, Sv, in verbinding met artikel 511h Sv. Dit leidt tot niet-ontvankelijkheid van betrokkene in het cassatieberoep.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is derhalve gericht op niet-ontvankelijkverklaring van betrokkene. Er zijn geen verdere middelen of argumenten ingediend. De procedure wordt hiermee beëindigd zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.