V: [...] .......Die mannen... die mannen hadden die dingen bij [...] gevonden.
(...)
A: ze hebben van alles gevonden daar bij mij.
V: Die lollo’s he.
A: Alles!!!
V: Wat hebben ze gezegd., euh?
A: Die lollo niet.
V: Waar is het dan?
A: Ik weet niet.
V: Die grijze?
V: [verdachte] ... dan heeft [verdachte] het misschien.
A: Misschien... ze hebben ze hebben die die die...alleen maar die rifle gevonden., die lange
V: Ai
A: Plus die “wroko” van.. van [verdachte] hebben ze gevonden...
A: Plus die...die neppe pistolen en zo op me kamer.. over [verdachte] hebben ze (klinkt als) onvoldoende
(...)
V: Maar wie heeft die andere dan... die grijze
A: Ik weet het niet man
V (fluisterend): Hey maar dat ding was op opsporing he
A (fluisterend): Ai ik heb het gezien.
V: Maar die mannen weten niet....
A: We gaan gewoon zwijgen.
(...)
A: Ze hebben me net.. .enne... half een zijn ze me komen halen
V: Waarvoor... voor die wroko’s?
A: Ja tuur... want eerste verhoor ging ik gewoon zwijgen
V: Mmmh
A: Dus gingen ze die wroko’s onderzoeken of er geen vingerafdrukken...
V: Zijn ze schoon?
A: Oh ja... krieng... alles krieng... ze hebben geen vingerafdrukken van [verdachte] gevonden
(...)
A: Dus ik heb alles gewoon op me genomen (...).
V: Maar die grijze ook?
A: No want die mannen...hey ze hebben het niet gevonden dus..euh...
V : Dan is het nog daar.
A: Ja het is nog daar.
V: Maar........(ntv) was ook daar toch.
A: Nee daar was... was beneden toch
V: Maar in de box zelf bedoel ik...daar is die grijze toch... maar dan hebben die mannen het gevonden.
A: Nee die mannen hebben het niet gevonden.
V: Dan heeft [verdachte] het.
V: Ja toch, na tra san nanga sang a mang soet a mang toch
In het Nederlands betekent dit:
Ja toch, dat is dat ander ding waarmee die man, die man geschoten heeft
(...)
V: Had je [verdachte] nog bereikt?
A: Euh nee man.
V: Hij heeft een nieuw nummer he?
A: Ja man hij heeft alles gedropt.
V : Maar denk je dat die man dat ding nog heeft.. .die grijze.
A: Ik denk het wel man., of het is nog steeds daar in in in die place van ‘m.
V: Maar hoe zijn die jongens gekomen...hoe hebben ze gezocht dan...zijn ze wel in die hal gekomen.. .oh die dingen waren boven?
A. No ze waren euh euh.. die dingen waren boven., en je weet toch...beneden waren gewoon neppe.
V: Dus onderkant zijn ze niet geweest?
A: Jawel.. .maar ze hebben een paar dingen daar gevonden je weet toch... ze hebben een lange geweer gevonden... ze hebben een demper gevonden... ze hebben een paar kogels gevonden.
[medeverdachte] fluistert: Maar die andere ...(nvt).
V: Maar dan hebben die mannen die “wroko” ook gevonden toch... want daar was die “wroko” toch.
A: No mang anders zou ik het zien toch op die dossier toch.......alles staat er behalve dat dus.
[medeverdachte] grinnikt.
(...)
V: Wat moet er dan met die grote “wroko” gebeuren...moeten we het bij die andere man laten?
A: Ja man.