Conclusie
1.Feiten en procesverloop
Algehele uitsluiting
2.Bespreking van het cassatiemiddel
klacht onder 1houdt in dat het hof zich ten onrechte heeft beperkt tot de vaststelling dat de man verplicht is aan de vrouw het woongenot te verschaffen van het door hem verworven appartement (te [plaats A] ). Hoewel daartoe gehouden op grond van art. 25 Rv Pro, heeft het hof niet de juridische grondslag vermeld waarop het oordeel berust dat de vrouw gerechtigd is dit appartement te bewonen. Het middel ziet als de grondslag: “dat artikel 7 van Pro de huwelijksvoorwaarden moet worden gekwalificeerd als een ‘voorhuwelijkse alimentatieovereenkomst’ ”. Volgens
onderdeel 2heeft de man belang bij een uitdrukkelijke vermelding van de juridische grondslag (i) omdat geen termijn is vastgesteld voor de duur van het woonrecht van de vrouw en (ii) omdat – indien dit woonrecht wordt aangemerkt als een vorm van alimentatie – de man wijziging kan verzoeken indien de omstandigheden daartoe aanleiding zouden geven.
onderdeel 3dat deze kwalificatie onbegrijpelijk is: huwelijkse voorwaarden waarin een ‘koude’ uitsluiting is overeengekomen laten een partneralimentatieverplichting van de echtelieden onverlet. Deze drie klachten lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.
Conclusie