Conclusie
middelbehelst de klacht dat het hof de bewezenverklaring ten onrechte heeft doen steunen op bewijsmiddelen waarvan de inhoud niet in het arrest is opgenomen.
NJ2017/128 m.nt. Mevis beschouwingen gewijd aan deze bewijsmotiveringsvoorschriften. Ten aanzien van de vernietiging van een mondeling vonnis bij schriftelijk arrest houden deze het volgende in. In geval van vernietiging van een mondeling vonnis van de politierechter dient het arrest van de meervoudige kamer van het hof te voldoen aan de voorschriften van de artikelen 358 en 359 Sv. Ingevolge art. 359, derde lid, eerste volzin, Sv moet het hof, indien het tot een bewezenverklaring komt, de (uitgewerkte) inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen in zijn arrest vermelden. Het hof kan in zo een geval wat betreft de bewijsvoering dus niet volstaan met het slechts uit de aantekening mondeling vonnis overnemen van de daarin overeenkomstig de Regeling vervatte verwijzing naar het proces-verbaal van de terechtzitting en/of andere processtukken. [1]
NJ2017/128 m.nt. Mevis, waarnaar in de toelichting op het middel wordt verwezen. Ook in die zaak had het hof het vonnis van de politierechter, dat was aangetekend in het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg, vernietigd en vijf bewijsmiddelen uit dat vonnis overgenomen zonder de inhoud daarvan op te nemen in de aanvulling op het verkorte arrest. De verdachte had het feit niet bekend, terwijl zijn raadsman vrijspraak had bepleit. Anders dan in de onderhavige zaak, was de inhoud van vier van de vijf bewijsmiddelen in de zaak van september 2016 niet weergegeven in het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg. Daarin was volstaan met een (weliswaar) specifieke maar (te) ruime verwijzing naar het onderliggende politiedossier. Aldus had het hof de redengevende feiten en omstandigheden niet aangeduid maar was slechts aangegeven aan welke bewijsmiddelen die feiten en omstandigheden (in grote lijnen) waren ontleend. Het onderliggende politiedossier was niet aangehecht aan het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg en een nadere specificering betreffende de relevante onderdelen daarvan ontbrak. Daarmee was de bewezenverklaring ontoereikend gemotiveerd. In de voorliggende zaak is daarentegen sprake van een voldoende nauwkeurige aanduiding van een specifiek bewijsmiddel, waarvan de inhoud is opgenomen in het vonnis van de politierechter dat is aangetekend in het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg.